Tussendoorschijfsels

Hemelreiziger

Foto: NASA

De raket schiet in volle vaart naar de maan. Buigt af, draait er omheen. De astronaut ziet wat geen mens ooit voor hem zag: de achterkant. Het is er donker. De maan draait om de aarde, geeft zelf geen licht, maar weerkaatst de zonneschijn.
Overweldigd slaat de man zijn ogen neer en vouwt zijn handen samen als in een gebed. ‘Ik kijk naar de keerzijde van het bestaan. Mijn bestaan,’ fluistert hij tegen niemand in het bijzonder terwijl hij naar ontelbare sterren, kometen, deeltjes én lege ruimtes tuurt.
Na een paar tellen opent hij zijn ogen weer en gluurt voorbij de ommezijde van de grote koude rotsbol naar zijn thuis. De aarde.
Op het, door haar miljoenen jaren bestaan getekend, gevaarte ontdekt hij grillige grijze obstakels. Bergen, denkt hij, met, – maar dat kan hij vanaf deze afstand niet goed inschatten – groen beboste bergruggen. Zwarte punten wijzen op kraters die ooit oranjerood naar rotte eieren stinkend lava uitspuugden. Grote uit verband getrokken ronde en ovalen vlekken staan voor oceanen waarvan hij weet dat ze blauw, of beter gezegd zeegroen kleuren.  Alles was altijd. Ooit.

Lees meer


Die laatste dag

Toen ze de gebloemde linnen gordijnen opentrok, wist ze al dat vandaag een bijzondere dag zou worden. Ze kleedde zich aan en liep naar beneden.  Haar moeder zat in haar eentje aan de ontbijttafel. Dat was vreemd, meestal schoof Claire als laatste aan. “Waar is Rosa?” vroeg ze.
Moeder keek op. Ze zag bleek, trok haar lippen tot een lijn, kneep haar ogen tot spleetjes en antwoordde: “Je zus heeft voor de zelfkant gekozen, ze hoort niet meer bij ons.”
“Waarom …”

Lees meer


Herinneringenvangnet

Erwtenland 1

Vanmorgen struikelde ik regelrecht mijn kindertijd binnen.

Mannen in donkerblauwe overalls maaien het te hoge gras. Heen en weer, heen en weer. Ze minimaliseren de akker tot enkele hoopjes droog gras met her en der een verdwaald peultje. Buurtkinderen verzamelen de groene bolletjes op het erwtenland. Dagenlang eten ze thuis gekookte illegale peulvruchten. Pas een regenbui later dringt het door in onze door hooikoorts verstopte neusjes: de geur van opdrogend nat gras. Muffig en toch fris, kruidig en toch waterig. Parfum voor plattelandskindertjes.

Erwtenland 2 


Wij kinderen kruipen voorzichtig onder het prikkeldraad door. Lichte schokken in onze handen als we het gevaarlijke draad optillen met een rietstengel. Nooit met blote handen. Onze meisjesgêne wanneer de jongens met ontblote pikkies op het onder stroomstaanden draad piesen. Ze willen de schok vooral dáár voelen; voorbereiding op later.

Het is niet eerlijk dat alleen jongens spannende dingen mogen. Daarom balanceer ik net als zij over de smalle duiker. Nooit gevallen. Trek ik stiekem de verboden schuif van de duiker; de sloot loopt vol water. Ik ervaar de eigenaardige spanning om al rennend een meterslange polsstok in de sloot te planten. Plons er middenin en hoor mijn moeders overslaande stem: “Kom hier, dit is geen spel voor meisjes.” Wij waren groen als gras maar probeerden tot hoever onze vrijheid reikte.


Verloren

Voor mij liep een broodmagere, oude vrouw. Ze tuurde ingespannen naar de straatstenen onder haar voeten. Zocht ze iets? Een gouden oorbel of armband misschien, of een andere waardevolle herinnering, oude mensen hechten vaak aan souvenirs van het leven. 
Mijn moeder koesterde ook haar kast vol ooit gekregen cadeaus. Ze noemde het: mijn aandenkenhoek en wanneer ze er één kwijt raakte, ging ze driftig op zoek. Alles haalde ze uit de kast. Iedere deksel moest van een doos, elk zakje ging door haar vingers. Meestal vond ze haar schat terug in een la waarin ze hem zelf had opgeborgen om hem vervolgens te vergeten. Het overkwam haar steeds vaker.
De vrouw voor me zocht niets. Toen ik dichterbij kwam, zag ik haar vergroeide rug; haar nek en hoofd stonden, als door weer en wind geknakte rozen, haaks op haar bovenlichaam; ze kon niet anders dan omlaag kijken.
Ze moest al in de negentig zijn. Kinderen uit haar jaargang kregen niet dagelijks vitaminen, magnesium en mineralen te slikken. Meisjes deden sowieso bijna niet aan sport, te duur of te weinig damesachtig, ontwikkelden zo een verkeerd aangeleerde houding en botontkalking of, erger nog, een bochel. 
Nog twee stappen en ik liep naast haar.
Lees verder



Wijnperen

‘Mijn vader zit in de wijnperen,’ zeiden we vroeger als iemand vroeg ‘wat doet je vader?’ Die vraag kwam regelmatig aan de orde op school als we een nieuwe juf of meester kregen. In de eerste twee klassen hadden we juffrouw van Dijk. Deze aardige, lieve juf zat met een duim in haar mond voor de klas. 
De juf van de derde en vierde was van een heel ander kaliber en ronduit streng. In onze ogen was ze rijk, want ze  woonde, samen met haar moeder, in een chique laan én ze hadden een televisie. Op woensdagmiddag mochten de besten van de klas  – ik was ook zo’n witvoetje – in dat deftige huis televisie kijken.
De juf en haar moeder vroegen een stuiver entree voor hun privé bioscoop, maar dan kreeg je ook een glaasje ranja. Na vier keer, kwam er een eind aan onze televisie-uitjes. Het werd juf en haar moeder te veel dat we na de belevenissen van Flip de tovenaarsleerling opgewonden en uitgelaten joelend en schreeuwend door het huis renden.
Lees meer


Een droge witte

k was een jaar of veertien en voelde me al een heel grote meid. Regelmatig ging ik naar mijn oma in de grote stad. In die tijd piepten er her en der terrassen op en al snel ontstond een lucratieve handel in terrasvergunningen.
De gemeente liet het idee dat op straat drinken alleen iets voor zwervers was, los. Verloederde achterafstraatjes werden omgetoverd tot hippe uitgaansgelegenheden waar aan hun glas nippende, genietende mensen plaats namen. Hoe verlangde ik er naar om aan zo’n tafeltje te zitten en net als de dames om me heen “een droge witte, graag” te bestellen.
Lees meer


Zoenen

Vroeger zoenden mensen drie keer. Als klein kind leerde je dat al. Tijdens verjaardags-feestjes moest je het gewoon ondergaan: oudtantes en oude tantes drukten je aan hun borsten en stempelden natte klapzoenen op je wangen.
Vooral tante E was heel goed in dikke smakkerds. Je kreeg er steevast één op je wang, één aan de andere kant vlak naast je mond en één ergens in je hals. Soms draaide je net op tijd je gezicht weg en bleef het bij een luchtkus.
Ik vond het vies, maar deed later toch mee aan Hollands kussen.
Lees meer

Citytrip

Tom One

Mijn ex