Over de wording

In oktober 2023 en 2024 reisde ik door Zuid-Oost Anatolië. De geschiedenis van dit uitgestrekte land, de steden en dorpen overrompelden mij.

Het prachtige oude herenhuis in Mardin waar ik logeerde en dat volgens de Turkse eigenaar al sinds de twaalfde eeuw familiebezit was, riep allerlei vragen op. En het triggerde mijn fantasie, want ik wist: in de middeleeuwen bouwden Turken nog geen herenhuizen in Mardin en andere steden. Dus het kan niet dat de familie van de hoteleigenaar hier al vanaf de 12e eeuw woont.

Wie waren de eerste bewoners? Waren ze Armeens, Assyrisch, Arabieren, Joods, Turks, Turkmeens, of Koerdisch? Christelijk of mohammedaans? Hoe is het ze vergaan? Wie kwamen na hen? Wat is er voorgevallen in deze regio? En hoe verhoudt zich dat tot de huidige bewoners.

Mardin ligt in wat voorheen Groot Armenie was. Nog langer geleden toen het (Noord) Mesopotamië heette, grepen achtereenvolgens de Sumeriërs, de Akkadiërs en Assyriërs er de macht. Na hen kwamen de Hurrieten, Mitanni, Arameeërs, Parthen, Sasssaniden en christelijke Assyriërs gevolgd door Arabieren en Koerden. 

Ik zocht in het archief , het museum en de bibliotheek van Mardin. Geen eenvoudige zoektocht want ik spreek de taal niet. Bovendien bleek menigeen liever te zwijgen dan te vertellen vanwege de ingewikkelde politiek,  de uiteenlopende belangen (van landen, streken, steden, volkeren). En dan de vooroordelen van de een jegens de ander.

Gelukkig biedt internet soelaas met zijn vele bronnen. Ik ontmoet Turkse mensen, Assyriërs, Armeniërs. Mohammedanen en christenen vertellen mij over hun leven, dat van hun ouders, grootouders en andere verre familie. Al deze mensen leidden een moeizaam leven, maar ze konden en kunnen het verdragen door geduldig te zijn als water:  si gibi ol.

De streek bleek al eeuwenlang speelbal te zijn van grote dynastieën. De bewoners werden vervolgd. Om hun geloof. Om hun andere cultuur. Volkeren verzetten zich tegen de overheersing door anderen, pleegden aanslagen. Nog niet zo lang geleden, begin 20e eeuw, kregen de inwoners te maken met de Armeense en Koerdische ‘kwestie’ (1915) waarbij behalve Armenen en Koerden ook Assyriërs ten prooi vielen. 

Door de eeuwen heen worden mensen onderdrukt, ingelijfd door – al dan niet gekozen – machthebbers. Ze laten zich tegen elkaar opzetten. Voeren oorlogen, moorden uit naam van het heerser of het geloof en gaan stilletjes ten onder in de loopgraven van de waanzin.

In Malik, zoon van niemand plaats ik die brede gekte in een smaller perspectief. Projecteer het op het leven van één man. Hij gaat gebukt onder zijn afkomst; hij stamt af mohammedanen, christenen en zonaanbidders. Zijn voorouders uit verschillende volkeren droegen ieder hun eigen geloof, cultuur, spraken een eigen taal. Malik hoort hun stemmen, verstaat ze, maar weet er geen raad mee. De oorlogen die zijn voorouders uitvochten, strijden in zijn ziel nog steeds voort. Om gek van te worden. Daarom voelt Malik zich zoon van niemand.

Geef een reactie