Tussendoorschrijfsels noem ik ze, de korte verhalen, indrukken en overpeinzingen over wat ik tegenkom, zie of hoor. Over nu of vroeger.
De ene keer zijn het fantasieën, een andere keer gebeurtenissen uit het leven gegrepen. Ik schrijf ze wanneer ik voor het blok sta met mijn ‘grotere’ werk, de roman, of gewoon als tussendoortjes.