De auteur

Marianne Schenderling (1953) wilde als kind al schrijfster worden.  Toen ze vier was ‘schreef’ ze het boodschappenboekje van haar moeder vol. In de laatste klas van de lagere school, ze was elf, schreef ze met grote hanenpoten haar eerste ‘boek’ Leiden in de tachtig jarige oorlog.
Na de middelbare school, in die tijd was het nog niet gewoon dat meisjes doorleerden, ging ze werken. Haar eerste baan bij een uitgeverij bracht haar dichter bij haar doel.
Interesse en ambitie voerden haar in de avonduren naar de collegebanken. Een studie Geschiedenis en (twee jaar) Nederlands zetten de deuren verder open. Op naar de School voor Journalistiek om daar, en ook in andere schrijfcursussen, het ambacht te leren. Talloze artikelen, (nieuws)berichten, folders, e-books, non-fictieboeken, blogs en andere teksten brachten haar uiteindelijk tot:

het schrijverschap.