Met wie je eet zal je dansen

DSC_0762

‘Met wie je eet, zal je dansen,’ luidt het gezegde. dat betekent: als je mensen wilt leren kennen, moet je met ze eten.’
Voor iedere reiziger is het samen eten een belangrijk ritueel. Vaak wordt er gezamenlijk gekookt en altijd genoeg om langs komende familieleden, buren, vrienden en zelfs vreemden aan tafel te noden.

In dit fragment uit Rollemanschiksie blijkt dat ook.
‘Het ruikt hier als een kruiden en specerijenkraam op de markt. De geur van geborgenheid.’ Raji bloost, Crina schuift haar stoel naar achter, drukt een kus op haar kleindochters hoofd en stiefelt naar het aanrecht
Het koninginnemaal voor haar kleindochter is na ruim tweeënhalf uur pruttelen bijna aan opdienen toe.  
Ze trekt de mouw van haar vest over haar hand bij wijze van pannenlap en tilt het deksel van de braadpan op. Met een houten pollepel schraapt ze de aangekoekte laag bruine stoof van de bodem los en strooit er wat peper en zout over.
‘Nu de bonzen nog.’ Ze gooit de geschilde aardappelen in de pan met water en zet hem op het vuur. ‘Over twintig minuten kunnen we eten. Dek jij de tafel, dan maak ik de sla,’ roept Crina naar Klara, haar moeder.
‘Nee, oma, ik maak de sla wel.’
Raji springt op en flanst met grof gesneden ui, tomaat, verse kruiden en groene sla een sappige salade in elkaar. Voor de dressing roert ze twee eetlepels extra vergine olijfolie, sap van een halve citroen, peper en een dessertlepel honing tot een romig sausje.
Omi dekt ondertussen de tafel met vorken en lepels, drie diepe borden voor de aardappels met het gebraad, drie kleinere borden voor de sla en een houten plank als onderzetter voor de hete pan. Even later smullen ze van een goed gevuld bord met overheerlijke stoof, waarvan zelfs na twee keer opscheppen, meer dan de helft overblijft. Opzet natuurlijk dat zie je aan omi’s glunderende gezicht als ze zegt: ‘Met wie je eet, zal je dansen, zeiden Zoni’s ouders altijd. Onthoud dat goed. Als je mensen wilt leren kennen, moet je met ze eten.’

Het rolleman-ei is gelegd

IMG_5899

Zondag 12 mei komt het uit:

Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg. 

Het  familie-epos over reizigers en  eindresultaat van vele maanden noeste, plezierige en interessante zoek- en schrijfarbeid over vier generaties reizigers, hun geschiedenis, cultuur en leven.

Ben jij nieuwsgierig geworden en wil je Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg  graag lezen? Stuur een mail naar ambi@ambilicious.nl met in het onderwerp: ‘Rollemanschiksie’ en geef op hoeveel exemplaren er naar jouw adres gestuurd kunnen worden. De uitgever stuurt je jouw exemplaar plus factuur.

Bestel je exemplaar vóór 10 mei aanstaande en je krijgt  – omdat je er zo vroeg bij bent – het Rollemanschiksie Receptenboekje  gratis. Een boekje vol leuke, smakelijke recepten bereid door de vrouwen in de roman.

Foto: Peter van Beek

Je kunt  Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg  na  12 mei  ook bij de boekhandel ( ISBN 978-94-93366-07-7 | NUR 30)  halen of online bestellen bij de uitgever of Bol

Wil je een gesigneerd exemplaar? Bel of mail me en we maken een afspraak.

Alvast wat lezen? Open hier je INKIJKEXEMPLAAR Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg

Over Antiziganisme gesproken

Afbeelding 3

Antiziganisme staat voor een  irrationele angst tegenover Roma, Sinti en andere rondreizende groepen.
In Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg ondervinden de hoofdpersonen en hun familieleden dat aan den lijve.
Zo schept Klara’s broer op dat hij en andere boerenpummels de reizigers bestookten met kluiten modder en uitscholden voor vieze zigeuners, asocialen en dieven.

Antiziganisme is aanleiding voor veel onrecht. Zo waren en zijn er nog steeds te weinig standplaatsen voor woonwagens. Gemeenten hanteren al jarenlang een uitstervingsbeleid voor woonwagenbewoners, Roma, Sinti en andere reizigers. Hoewel dit beleid, onder druk van het Europees Hof van de Rechten van de Mens én de Nationale Ombudsman officieel is afgeschaft, blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme en het ministerie van Binnenlandse Zaken dat het uitsterfbeleid niet in de prullenbak terecht is gekomen. Nee, het veranderde in uitstelbeleid. Woonwagenbewoners hebben nog steeds te maken met wachtlijsten voor een standplaats.

In mijn roman legt Raji haar vriend Charlie uit welke sporen het gemeentelijk beleid op haar familie nalaat en waar de ‘vreemdelingenangst’ in praktijk op neerkomt:

 ‘Vroeger leefden we in wagens, trouwens zo noemen we onze huizen nog steeds. Bijna niemand heeft een huisbel, je loopt gewoon naar binnen, als het niet uitkomt zeggen we het wel.’ Ze laat een pauze vallen, glimlacht. ‘Het komt nooit niet uit hè, onze mensen hebben een groot hart. We wonen met de families hutjemutje naast elkaar, toch voelt het nooit alsof we op elkaars lip zitten. Dat is natuurlijk zo gegroeid; door het reizen zijn we op elkaar aangewezen, alhoewel − sinds de overheid een stok in onze wielen heeft gestoken, en we allemaal stil staan, verdunnen de familieverbanden helaas. Ergens in de jaren tachtig vorige eeuw lieten de gemeentes zodra iemand verhuisde of overleed grote blokken beton schuiven op de opengevallen plaats: voilà een staplek minder. Dit uitstervingsbeleid maakt het de kampbewoners erg moeilijk een standplaats te bemachtigen.’

Het wordt hoog tijd dat we reizigers en de manier waarop zij generatie op generatie proberen staande te blijven, op hun waarde schatten. Hoog tijd ook om de ongefundeerde angst voor mensen die anders leven voor eens en altijd een halt toe te roepen. Hoog tijd daarom om meer te weten te komen over ‘deze mensen,’ want begrip begint bij kennis.