Hemelreiziger

De raket schiet in volle vaart naar de maan. Buigt af, draait er omheen. De astronaut ziet wat geen mens ooit voor hem zag: de achterkant. Het is er donker. De maan draait om de aarde, geeft zelf geen licht, maar weerkaatst de zonneschijn.
Overweldigd slaat de man zijn ogen neer en vouwt zijn handen samen als in een gebed. ‘Ik kijk naar de keerzijde van het bestaan. Mijn bestaan,’ fluistert hij tegen niemand in het bijzonder terwijl hij naar ontelbare sterren, kometen, deeltjes én lege ruimtes tuurt.
Na een paar tellen opent hij zijn ogen weer en gluurt voorbij de ommezijde van de grote koude rotsbol naar zijn thuis. De aarde.
Op het, door haar miljoenen jaren bestaan getekend, gevaarte ontdekt hij grillige grijze obstakels. Bergen, denkt hij, met, – maar dat kan hij vanaf deze afstand niet goed inschatten – groen beboste bergruggen. Zwarte punten wijzen op kraters die ooit oranjerood naar rotte eieren stinkend lava uitspuugden. Grote uit verband getrokken ronde en ovalen vlekken staan voor oceanen waarvan hij weet dat ze blauw, of beter gezegd zeegroen kleuren.  Alles was altijd. Ooit.

Lees verder