
In ‘Malik, zoon van niemand’ komt een scene voor waarin Malik het bedevaart-dagboek vindt van zijn betovergrootvader. Deze Yusuf Hüsseyn Narsai reisde rond 1910 van Mardin naar Mekka. Tijdens het lezen over de reis van zijn vrome betovergrootvader vraagt Malik zich af of hij zelf volgens de ware regels leeft. De jongen gaat sindsdien gebukt onder zondebesef en zelfhaat.
Hoe schrijf je een realistisch en waarheidsgetrouw beeld van een hadj aan het begin van de 20e eeuw?
Het fragment speelt zich af in een tijd dat er nog geen passagiersvliegtuigen vlogen. Dat enkel de elite van het Ottomaanse rijk een auto bezat. Dat Er Mekkagangers pas in Damascus op de Hidjaz trein konden stappen naar Medina.
Kortom, hoe reisde iemand begin twintigste eeuw van een stad in Zuidoost Anatolië naar Mekka in Saudi Arabië?
Ik zocht en vond reisverslagen van onder andere Gertrude Bell. Zij was een Britse ontdekkingsreizigster die eind 19e eeuw door het Midden-Oosten reisde. Ik bladerde door Ottomaanse jaarverslagen en consulaire reisverslagen. En in de krochten van het internet vond ik oude foto’s, brieven, routekaartjes en beschrijvingen van het landschap en plaatsen langs de route. O.a. Burton & Drake: Unexplored Syria (1886). Mijn Syrische vriendin Hala vertelde me over Damascus met het – nog steeds bestaande en inmiddels prachtig gerestaureerde – treinstation.
Tijdreizen
In de weken dat ik nadacht en schreef over de tocht van Maliks betovergrootvader, reisde ik in gedachten ook naar Mekka. Te paard trokken we op bijkans onbegaanbare wegen, over woeste bergen en langs vruchtbare dalen. We passeerden verstilde vergezichten, hielden halt om te genieten van uitgestrekte panorama’s over bergen en dalen. Onderweg roken en proefden we verschillende vruchten en aten we wat ons voorgeschoteld werd door de overal en altijd gastvrije bevolking.
We rustten uit in vervallen dorpjes met gastvrije bewoners en staken na dagen bij Akçakale de grens over naar Syrië. Vandaar reden we Aleppo en Homs om uiteindelijk in Damascus de trein naar Mekka te nemen. Waar een eind kwam aan dit deel van mijn wonderlijke schrijfreis.