Eenzaam

Vader vertrok zonder afscheid te nemen.
Ik trok het voor mezelf glad met de gedachte dat hij niet meer bij ons wilde horen, niet bij onze vrienden, niet bij onze straat, niet bij ons leven.
Krampachtig? Het hielp me het verdriet om zijn aftocht diep onder de grond te schoffelen, te wennen aan zijn afwezigheid.
Hoewel mijn verstand mij dicteert dat niemand mij moedwillig in de steek laat, lekt tot vandaag ieder verlies bovenop de open wond die vaders vertrek in mij sloeg. Ik wil dat nare scherpe gevoel van verlatenheid, die troosteloze eenzaamheid, niet

weer voelen

Brokkenmaker

De zon freesde strepen in het raam.
‘Geen gezicht’, riep mama.
Anna pakte een schoonmaakdoekje, klauterde op de vensterbank, struikelde en sloeg met een harde klap tegen het glas. De ruit vertoonde enkel een barst, haar voorhoofdje een buil die mamma met natte washandjes probeerde klein te houden.
Anna huilde geen moment. ‘Ik was de ramen morgen wel mama.’
Het had veel erger kunnen aflopen, paniekte papa en riep ‘Mens kijk toch uit!’
Later vroeg haar moeder zich af waarom ze niet oplettender was geweest met haar kleine brokkenmaker.

Vader

Soms gedraagt ze zich onbeholpen, komen de zinnen warrig uit haar mond. Dat komt, ze is haar leven lang al onzeker. Niet dat iemand anders het merkt, nee, ze verstaat de kunst haar leven te spelen, te doen hoe ze het liefst had willen overkomen.
Haar onzekerheid stoelt, ze weet het zeker, op het gemis van een vader. Zo’n behulpzame, liefhebbende doener die haar leerde een band te plakken, die een kastje timmerde voor in haar kamer. Maar zo’n vader had ze niet. Misschien dat ze daarom een afkeer voelde van mannen. Van naakte mannen vooral?