Uitstel

Zo het schrijversblog staat! Nu alleen nog de domeinnaam ombuigen naar.nl. Daar kwam ik gisteren niet uit. Genoeg is genoeg, ik zat ook al dik een halve dag te klungelen en uit te vogelen hoe WordPress ook weer werkt. Uren die ik heel goed (veel beter) aan mijn roman had kunnen besteden. Want hoe langer die uien in de koelkast blijven liggen, des te eerder ze vergaan.

Kijk, heb ik hem gelijk te pakken, een van die typische schrijverhobbels: uitstellen tot later wat je daarstraks al had willen doen. Mijn vrienden van de schrijftafel hebben er ook last van, zeggen ze. Dat is een troost maar toch.
Het moeten omgaan met uitstelgedrag is op zich al frustrerend maar als je niet weet waar het door komt, gek word je ervan.
Zit je daar weer uren op te kauwen.
Is het misschien het idee dat als je niet begint, je ook niet kunt falen? Niet kunt blokkeren. Dat je dan straks ook niet voor de hele familie, vriendenkring en de rest van Nederland voor lul staat omdat je een slecht, helemaal kapot gerecenseerd, boek hebt geschreven? Of, en dat is helemaal erg, stel dat het boek er helemaal niet komt omdat geen enkele uitgever het witl ‘doen’, er zelfs geen drukker te vinden is die…

Alsof je leven ervan afhangt, zo lijkt wel, daarom moet je het ook schrijven. Geen ontkomen aan, zelfs niet als je het uitstelt. Dat boek komt er gewoon. Ik kan het niet vaak genoeg tegen mezelf zeggen. Het domein verzetten is immers ook gelukt.

Eindelijk

Eindelijk, eindelijk, schrijf ik mijn (eerste) roman.

Hoewel, eindelijk…?
Al op mijn derde hanenpootte ik mijn moeders boodschappenlijstje na; ik kon niet wachten om zelf van die magische tekens, die iedereen begreep, op papier te toveren.
Echte letters leerde ik op school met de Aap Noot Mies methode én een kroontjespen.
Op mijn elfde, jawel, schreef ik mijn allereerste boekje over Leidens Ontzet.

De volgende jaren knutselde ik als tekstschrijver, (eind)redacteur en communicatiemevrouw allerlei teksten in elkaar voor de opdrachtgevers. Thuis schreef ik vrij maar het overgrote deel van al die verhalen en zelfs manuscripten belandden  steevast in mijn la.
Tot vorig jaar. Toen mocht de roman waar ik in mijn hoofd al tien jaar mee rondloop, tevoorschijn komen.

In dit blog schrijf ik, Marianne Schenderling, late debutant en verslaafd aan het toetsenbord over het plezier, de vreugde, de schilfertjes geluk van het schrijven maar ook over de obstakels en de worstelingen die aan het brein en het gemoed van een aankomend schrijver knagen.

Warme zomer

‘Warme droge zomer hè?’ Hij keurde haar jurk, groen als juligras, van boven naar onder en weer terug tot hij bleef hangen bij haar decolleté.
‘Ach rot op man.’ Ze had geen zin in een praatje dat eindigde in bed. Haar bed; hij heeft vrouw en kinderen thuis.
Verongelijkt keek hij haar aan. Of was het verbaasd?
Niet gewend nee te horen, bewoog zijn rechter hand naar haar elleboog, de linker naar haar middel.
Zij pakte haar glas van de toog.
In lange slierten droop de rode wijn op zijn hagelwitte overhemd.

‘Vertel thuis maar hoe dat is gekomen.’