‘Wat zie je in de spiegel?’vroeg de therapeute.
‘Een vrouw, begin vijftig. Een vriendelijk gezicht met barstjes rond haar ogen, op haar wangen en bovenlip. Kort bruinblond haar met grijze strepen en een blauwe bril.’
‘Ik zie een mooie vrouw,’ antwoordde ze, ‘met vriendelijke bruine ogen die vuur kunnen schieten als het moet. En ik zie verdriet, gemis. Je bent na het overlijden van je kind gewoon weer als vroedvrouw gaan werken?’
‘…elke geboorte sneed door mijn ziel. Om weer zo’n hompig nieuw mensje vast te houden, beangstigend vond ik het, nu ik wist hoe breekbaar kinderen zijn.’
Auteur: Marianne Schenderling
Eenzaam
Vader vertrok zonder afscheid te nemen.
Ik trok het voor mezelf glad met de gedachte dat hij niet meer bij ons wilde horen, niet bij onze vrienden, niet bij onze straat, niet bij ons leven.
Krampachtig? Het hielp me het verdriet om zijn aftocht diep onder de grond te schoffelen, te wennen aan zijn afwezigheid.
Hoewel mijn verstand mij dicteert dat niemand mij moedwillig in de steek laat, lekt tot vandaag ieder verlies bovenop de open wond die vaders vertrek in mij sloeg. Ik wil dat nare scherpe gevoel van verlatenheid, die troosteloze eenzaamheid, niet
weer voelen
Brokkenmaker
De zon freesde strepen in het raam.
‘Geen gezicht’, riep mama.
Anna pakte een schoonmaakdoekje, klauterde op de vensterbank, struikelde en sloeg met een harde klap tegen het glas. De ruit vertoonde enkel een barst, haar voorhoofdje een buil die mamma met natte washandjes probeerde klein te houden.
Anna huilde geen moment. ‘Ik was de ramen morgen wel mama.’
Het had veel erger kunnen aflopen, paniekte papa en riep ‘Mens kijk toch uit!’
Later vroeg haar moeder zich af waarom ze niet oplettender was geweest met haar kleine brokkenmaker.