Warme zomer

‘Warme droge zomer hè?’ Hij keurde haar jurk, groen als juligras, van boven naar onder en weer terug tot hij bleef hangen bij haar decolleté.
‘Ach rot op man.’ Ze had geen zin in een praatje dat eindigde in bed. Haar bed; hij heeft vrouw en kinderen thuis.
Verongelijkt keek hij haar aan. Of was het verbaasd?
Niet gewend nee te horen, bewoog zijn rechter hand naar haar elleboog, de linker naar haar middel.
Zij pakte haar glas van de toog.
In lange slierten droop de rode wijn op zijn hagelwitte overhemd.

‘Vertel thuis maar hoe dat is gekomen.’

Mama

Nadat mijn moeder was gestorven, trokken mijn broer en ik haar haar roodgeblokte jurk aan en legden haar voorzichtig in de kist. Op haar kussen zag ik de schaduwafdruk van haar hoofd en een enkele haar: de essentie van wie zij was geweest. Heel langzaam plooide het kussen zich uit zijn kreukels, bolde weer op en hernam zijn eigen vorm. Ik kon de onnoembare behoefte om mijn eigen hoofd op dat kussen te leggen niet weerstaan. Ik wilde niet dat het enige wat nu nog van haar over was verdween.

Ik wilde haar voor altijd laten bestaan.

Daslook

De scherpe zoete geur van bloeiend wit daslook maakt me blij.
Het doet me denken aan de tent die ik vroeger met mijn buurmeisje bouwde. Van de lange stelen van een hark en een schoffel fabriceerden we het geraamte dat we schuin tegen de buitenvensterbank aanzette. Daaroverheen spanden we, zo strak mogelijk, een oud tafelkleed en knoopten het vernuftig, met wasknijpers, om de stelen.
De geur van daslook onder onze vakantiewoning gaf extra smaak ons avondmaal: een stukje vlees, gebakken aardappeltjes en sla voor mij, gekookte aardappelen in karnemelkspap voor mijn buurmeisje.