Smelten

Zit ik hier in de hangende tuinen van Leens, boven Groningen de stad, in de nu al druipende hitte, mijn cadeau uit te pakken. De aanloop hiernaartoe was een rampenplan. Nou ja, de trein ging nog wel met zomaar ineens aardig gezelschap van een dame die op een aftandse fiets rondje Groningen wilde gaan doen. In deze hitte? Ja hoor.

Enfin, uit de trein, plassen en op de fiets. Kennelijk gaat heel Nederland vlak voor de bouwvak nog even op de schop (om daarna dik drie weken opengepulkt te blijven irriteren) want wegomlegging na opbreking na wegomlegging. Het Jaagpad, dat ik toch moest hebben om niet enkel over provinciale autowegen te hoeven fietsen, was onbereikbaar. En dat in deze hitte. Ja hoor!

Om een lang verhaal kort en dramatischer te maken; uiteindelijk een weg gevonden waar de banden al zachter en zachter voelden. Fietsenwinkel gezocht, pompen, ventiel eruit, band gescheurd, gerepareerd en weer op pad. Een kilometer of twee verder, onbeduidend fietspad tussen de schapen en koeien op het platte land met de zon recht boven onze koppen: leegloop gesis. Band weer lek. Fietsenman bellen en terug strompelen naar een boom twee kilometer terug. Check dan maar even de mail. Feedback van de leestafelvriend. Liegt er niet om. Laat mij hier maar dood gaan dan. In deze hitte? Ja hoor!

Toch band beter gemaakt en verder. Voor de duvel niet bang en door. Door de mooiste (nooit geweten) Greuningse stadjes als Garnwerd op naar Leens. Onderweg tot aan de knieën in een sloot. Verkoeling. Hoofddoek in de sloot en op de kop. Inshallah! Daar in de verte: Leens. Nog 2 kilometer, nog 1. Verkeerd gereden.

Kommer en kwel maar het resultaat telt. Nu meters maken in de hangende tuin van landgoed Oosterhouw in Leens achter mijn laptop. Of misschien overnieuw beginnen en alles weggooien? Neeeee! Wel de moeder grotendeels, zij zat me toch niet zo lekker, komt dan wel in een volgend boek. Nu schrijven tot ik smelt. Was ik maar Lize Spit!

Hoera

Hiep hiep gefeliciteerd met mezelf. Ik ben jarig en kreeg een pracht cadeau. Van mezelf. Een week schrijfretraite in Oosterhouw in Leens. Ooit van gehoord? Ik niet, nog nooit tot mijn nicht zei: ‘daar moet je naar toe tante, als artist in residence.’

Dus dat ga ik doen, voor mijn verjaardag. Met de trein naar het noorden en vandaar fietsen naar het gehucht Leens (de Fransen hebben daar een veel mooier woord voor: hameau, maar dat terzijde).

In die hitte fietsen? Ja, in die hitte en daarna lekker in de koele kamer aan de tikkerij. Hoofdstuk Onderweg herschrijven, moest van de Schrijftafelvrienden, hoofdstuk Ontrafeld aanpassen, moet ook van hullie, en verder met de dagen in het Eilandhuis. Moet van mezelf. Meters maken of thuiskomen met die ene fantastische alinea. Ik hoop het eerste én het tweede. Dat mag toch als je jarig bent?

Realistisch graag

Gisteren schoven we weer aan onze Schrijftafel. Blij dat het nog kon want in het Brabantse land blijken vrouwen op leeftijd met een noodvaart huizen binnen te rijden, dat is nu eenmaal de realiteit daar. Bij de buren ligt de hele gevel uit en is het dak ontzet. Binnen heeft buuf ook een rampzalige indruk achtergelaten; de meterkast aan flarden en de toiletpot scheef. Ben je mooi klaar mee, met een buurvrouw die enkel maar haar auto in z’n één zette.

Maar zo’n voorval breekt ook het ijs en piepte telkens als gespreksonderwerp op. Gastvrouw M had het daags daarvoor al op de app gezet. Toen al riepen wij al ach en wee. Heel even verdacht ik M en haar alterego A ervan het voorval als truc te gebruiken om niet over ons schrijfwerk te hoeven praten. Om niet elkaars ongezouten kritiek, noem het feedback maar ondertussen…te hoeven ondergaan? Zijn wij niet alle faalangstige bangeriken?

Na weer de buuf op tafel sloop schrijfvriend Rob gelukkig dapper uit zijn vesting en kwam met een totaal herschreven pagina 1 op de proppen. Een begin dat je aan je haren zijn verhaal in sleept. Zijn verhaal, over zijn eerste grote liefde. De obsessie (benoem dat niet, adviseerden wij) (Show…je weetwel..donttell). De bres die dat in zijn hart heeft geslagen. Mooi! En, ach die jonge liefdes, die zoveel op hun geweten hebben.

Onze lieve gastvrouw las ook voor uit eigen werk. Mooie zinnen, soms te snel over de liefde (altijd weer die liefde) en echt gebeurd, verzekerde ze ons. Vanaf het allereerste moment al superverliefd en daar naar handelen? Echt waar?! Wij twijfelen: de realiteit is soms gewoon onleesbaar.

Onlogisch en niet realistisch, vinden de Tafelvrinden ook dat HP in hoofdstuk Ontrafelen uit Uien in deKoelkast op haar paasbest naar de eerste therapie gaat. Echt niet, ze trekt toch gewoon een leggin aan en een zakdoek in haar zak voor als ze moet janken?

En gaan HP1 en HP2 na jaren ineens zomaar gezellig samen naar hun Eilandhuis om met elkaar te praten over vroeger en alles? Bestaat niet! Ze reizen er apart heen, punt uit.

Kijk daar heb je wat aan, aan die onomwonden, eerlijke, realistische, onbaatzuchtige, lieve meelezers. Ik herschrijf het wel weer.