Spic en span

Ik opende het keukenkastje, strekte mijn arm uit om er een pak spaghetti in te leggen en greep middenin een kleverige zachte bol met harde stukjes. 

‘Gadver!’ 

De overvloed aan schimmel, muizenkeutels en spinrag rook precies zoals de verrotte aardappelmassa in de kruipruimte vroeger thuis. Sinds het voorjaar lag daar een mud piepers te verkommeren. Mijn vader had ze vlak voor zijn vertrek in de voorkelder laten kieperen.

‘Zo is er altijd wat in huis,’ had hij gezegd. Vooruitziende blik? Een laatste zorgdaad of schuldgevoel? Nog geen twee maanden later was hij met de noorderzon vertrokken. Uit kwaadheid of principe hebben we nooit meer aardappelen gegeten. Daarom ook hadden we geen idee waar die penetrante geur in de gang vandaan kwam. Totdat moeder het luik in de gang opende en de druipende aardappelmassa zag. Dat dus.  

Ook de binnenkant van de koelkast zag er niet uit. Vanuit de flessenbakken kropen slijmerige slakkensporen langs de deur omhoog, de groentela klemde, ik kon de herkomst van de drab niet thuisbrengen op één uienschil na. 

Met de dweiltjes en groene zeep, standaard mee in mijn vakantiepakket, , boende ik na de koelkast, de keukenkastjes, de vensterbank en vooruit ook de vloer. Wat je begint moet je afmaken. Heb ik van mijn moeder . Zij deed nooit alleen maar de keukenvloer. De kastjes, het aanrecht, de deuren, de gang, alles moest gekuist. Kwamen we thuis uit school, blonk het hele huis en zat zij tevreden met een glas wijn in haar luie stoel.

Suspension of disbelief

Een week niet geschreven aan mijn Uien in de Koelkast lijkt een week niet geleefd. Maar niet heus. Ik leefde even in Finland. In een huis aan een groot meer ten noorden van Helsinki. Ik liep wat verweesd rond want ik versta geen Fins, spreek het niet en begrijp het ook niet, al die klinkers naast elkaar.

Gelukkig voelde ik me wel thuis tussen de kaften van mijn meegebrachte Nederlandstalige boeken alhoewel Maryse Condé en Pieter Waterdrinker korte metten maakten met mijn, zo bleek, broze laagje zelfbewustheid want zo mooi, zo helder, zo logisch schrijven kan ik niet. Een warm welkom voor de negatieve faalangst. Een angst die naadloos overging in een schrijversdepressie na het lezen van een artikel over suspension of disbelief in Schrijven Online.

Suspension of disbelief? Erg belangrijk volgens het artikel maar ik had er nog nooit van gehoord maar weet nu zeker dat ik ook dát niet goed doe. Dus bedankt tussendoor vakantie, gerenommeerde schrijvers, online magazine en vooral bedankt mezelf: nu moet ik me aan mijn hoofdharen uit mijn writersblock trekken om verder te kunnen breien aan de Eilandhuishoofdstukken. En dat moet want die gaan morgen naar ‘mijn’ Linda, de strenge doch rechtvaardige schrijfcoach/redacteur dus ik mag mijn borst wel flink natmaken.

Gelukkig denk ik nu aan het eind van dit stukkie: zo de kop is er af. Ga nou morgen keihard aan de slag en probeer, als je durft, zo te schrijven dat de lezer zijn ongeloof opzij wil zetten, zijn disbelief wil suspenden.

Ja dat durf ik. Wedden?

Hou het lek boven

Het regende de hele dag, nee, het goot! Gisteren bij de weersvoorspelling dacht ik: ha regen, kan ik lekker de hele dag schrijven. De voorspelling kwam uit. De weergoden smeten het water met bakken uit de hemel. Maar ook van het appartement zevenhoog viel het water langs de muren naar de zesde, vijfde, vierde en misschien ook derde verdieping. (Ze zijn op vakantie de mensen van de derde dus niemand die het weet). Overstroming, gevalletje kraan vergeten dicht te draaien. Water van de zevende belandde in de badkamer en wc van onze buren.

Paniek in de tent. Angstige verhalen deden de ronde: ‘onze nieuw gestuukte muren bladderen af, tegels springen spontaan van de wand, kortsluiting in de lampen.’ En ‘iedereen moet zijn of haar verzekering waarschuwen, ja jij, bij wie nog geen lekkage te zien is, ook. Water stroomt altijd naar het laagste punt, zoekt een weg achterlangs, dringt zich dwars door spouwmuren heen en voor je het weet zijn ook jullie net gestuukte muren de pineut. Springen ook bij jullie die grote tegels van de muren.’

Wat te doen? De inboedelverzekering een schade melden die nog niet geleden is? Een kwestie van jezelf bij voorbaat verzekeren van dekking? Maar waar moet ik heen met mijn immateriële schade? Dat ik door de weeromstuit niet aan mijn boek heb kunnen werken? Geen letter getypt, geen woord, geen zin, niets, nada, niente, nothing!

Gelukkig heb ik nog wel een uurtje kunnen klozen voor mijn waarde schrijfvriend Johnnie Bonaire totdat mijn hond op springen stond en naar buiten wilde. Het arme beest, zomaar in haar naakte vachtje door dat hondenweer. Arme ik ook in mijn doorweekte broek, jas, t-shirt, schoenen, sokken.

Wat doe je er aan? Dat krijg je als het regent. De boeren zullen wel blij zijn. Zorg dat je het lek boven krijgt, zei mijn vader altijd. Moet je eens zien wat dat lek op zeven hoog, boven dus hè, heeft veroorzaakt!