Observerend

De laatste zin, ik wist hem, opgetogen schreef ik dat hier een tijdje terug.
Mooi niet, dus. Past niet. Is te plat, te algemeen, te overgang, te…ik weet niet.
Dus weer een darling gekild.
Nou ja, darling, zoveel hield ik er nu ook niet van. Het was alleen de cadans, het klonk zo mooi toen ik hem in mijn hoofd hoorde: Ik zit ook midden in de overgang.
Al die i-en  én de twee o’s, denk ik. Schrijven heeft wel iets weg van componeren maar dan zonder geluid.

In ieder geval de laatste zin is niet meer en ik maal er niet om  want wat heb je aan een laatste zin als je daar überhaupt nog niet aan toe bent?  Ik heb pas net het hoofdstuk ‘Ontrafeld’ herschreven. Dat moest spannender, minder plastisch, minder uit de lucht gegrepen, zei mijn coach L. Meer therapeutentrucjes er in dus. Maar met welke vragen trekken ze cliënten over de brug opdat die hun verhalen vertellen, onder hun steen vandaan komen, uit hun shithole klimmen?
Gelukkig heb ik mijn eigen geheugen (wie is er nou niet in therapie geweest ) en gelukkig bestaat internet. Samen leverden ze  flink wat gereedschap voor psychotherapeuten op.

Op naar het volgend hoofdstuk!  We zitten in het Eilandhuis met z’n drietjes, mijn protagonist, de antagonist en ik. Er heerst een beetje beladen, bedompt sfeertje, zo nu en dan ineens afgewisseld met zo’n vanouds gevoel, bijna gezellig. Ik zie ze daarvan schrikken die twee. Misschien omdat ze weten dat ze aan de bak moeten? Dat daar geen ontkomen meer aan is? Ik hou me maar een beetje op de achtergrond, dat lijkt me het verstandigst, ik ben uiteindelijk slechts de

observant.

Koud

Ze heeft het vaak koud, vooral in de winter. Dat komt, ze houdt van de zomer, de zon op haar gezicht, op haar blote buik en benen. Als klein meisje al, wilde ze net als haar broer met ontbloot bovenlijf in de tuin spelen. Dat mocht niet. Omdat ze een meisje was. Ze begreep dat niet. Nog niet.Later gaf het niet meer, ze wilde toch niet naar een naturistencamping. De hele dag naakt rondlopen? Met onappetijtelijke naakte mannen en vrouwen?Haar eigen man vond ze mooi, zelfs naakt onder de douche, tot die laatste keer met dat scheermes.

Verzwegen herinneringen

Gisteravond keek ik Evelyn een film over verzwegen herinneringen. Tien jaar lang, spraken broers en zus, moeder, vader en stiefmoeder niet over de zelfmoord van hun broertje en zoon.
In de documentaire wandelen ze door het Lake District, de favoriete hikeplek van E!, zoals de broers hun dooie broertje noemen. Onderweg sluiten ook zijn vroegere vrienden aan.

In eerste instantie houden ze hun emoties in. Niet omdat het moet maar omdat ze niet durven. De pijn. Te groot. De angst voor pijn te groot.
Gaandeweg borrelen ze toch op, zij het mondjesmaat, de vragen, de herinneringen, de schuldgevoelens, de boosheid, weer de pijn en vooral het -nog steeds- gemis.
Tot halverwege de rouw letterlijk hun hart uitschiet. De tranen spetteren uit hun ogen, het snot kleeft hun lippen op elkaar, rauw geschreeuw glipt hun keel uit en ze bedekken hun oren met hun handen om het niet te hoeven horen.

Verzwegen herinneringen, dit doen ze. Ik wist het al. Ik probeer ze te vangen in mijn (eerste) roman, zoek naar hoe de hoofdpersonen, de ouders, ermee omgaan. De dialogen in de film, zo levensecht, met stiltes, eh…, maar… en vloekend weglopen, gelach ook; kan of moet ik dat zo ook in een boek, mijn Uien in de Koelkast, verwoorden?
Ja dat kan, het moet, zeg ik tegen mezelf, en laat vooral die gebaren erbij zien, dat snot, die vloeken, die tranen, het omdraaien, die troostende armen (of juist niet).
Goed voorbeeld, zo’n film.

Aan de slag maar weer.