Vrije reizigers of achtergesteld leven

Reizigers zo noemen de mensen zonder land en nationaliteit zichzelf. Roma en Sinti behoren tot één volk, maar hebben ieder hun eigen tradities en spreken hun eigen taal.
De burgerij bekeek de reizigers met argusogen en noemden hen zigeuners, gypsies, guanos, egyptiers of tsiganes.

Pas in de zeventiende eeuw ontstaat er een omslag. In de ban van de Romantiek kijken welgestelde hoger geplaatsten met andere ogen naar de  ‘zigeuners.’  Ineens zien ze hen als hét voorbeeld van het pure, vrije leven, als natuurmensen. De gewone burgers, boeren en buitenlui, altijd bezig brood op de plank te krijgen, kunnen zich dergelijke verheven gedachtes niet veroorloven; voor hen blijven de reizigers enge, andere mensen. Dieven, spionnen, kinderlokkers of erger. Van de weeromstuit gingen de  Roma en Sinti  ‘de gajes’ zoveel mogelijk uit de weg. Over en weer werdende vooroordelen opnieuw bevestigd.

Vanaf eind 19e, begin 20e eeuw reizen groepen Sinti en Roma vanuit het oosten Nederland  binnen. Ze verdienen hun kost als dagloner bij boeren, als paardenhandelaar, muzikant, berenleider, ketellapper of metaalbewerker. Omstreeks 1933 met de opkomst van het nationaal socialisme worden zigeuners net als joden beschouwd als minderwaardige mensen. Behalve zes miljoen joden, stierven er tussen de vijfhonderdduizend en één miljoen Roma en Sinti in de concentratiekampen. Na de bevrijding konden deze statenloze nergens terecht. Weer werden ze heen en weer gejaagd door niemandsland.

Na WOII stelde de Nederlandse overheid  paal en perk aan het reizend bestaan,  Wie  in Nederland wilde blijven, kreeg  te maken met de Woonwagenwet. Om in een woonwagen te wonen, moest je een vergunning hebben. Om een vergunning te krijgen moest je kunnen lezen en schrijven, werk hebben en … een vaste woon- en verblijfplaats.
De meeste reizigers konden niet schrijven of lezen.
Wie toch een vergunning had weten te bemachtigen, moest lang wachten op een standplaats want het duurde jaren voordat gemeenten bereid waren de Roma te huisvesten. En dan nog enkel in huizen;  woonwagens waren niet meer gewenst.

In de jaren negentig van de vorige eeuw trok een nieuwe groep Roma uit Oost Europa met andere vluchtelingen en asielzoekers mee Nederland in. Deze nieuwkomers reizen niet of nauwelijks meer.  Ze wonen in huizen, hebben een goede opleiding en baan  en weten hun weg in de Nederlandse maatschappij te vinden.

Geef een reactie