Vingeroefening

Die Liesbeth moet eruit. Daarmee introduceer je een nieuwe  verhaallijn en die heeft niets te maken met wat je met Uien in de Koelkast voor ogen hebt.
Ze hebben gelijk, mijn criticasters, maar ik kan zo moeilijk afstand doen van Liesbeth, de moeder van Lina, de oma van Anna. Die vrouw die haar jeugd als voorkind moest doorleven, wiens  man van de een op de andere dag de kuierlatten nam waardoor ze zich voelde als een bij de deur gezette, door de katten opengescheurde zak vuil. Ze had twee kinderen groot te brengen, daarom moest ze hun vader wel te boven komen, en het lukte haar nog ook; ze groeide uit tot een in het Gooi gevierde schilderes. Iemand die mannen bij de vleet verorberde, zou je denken als je haar zo zag met haar fleurige jurkjes, altijd boven de knie en meestal met een verfvlek erop, haar halflange donkere krullen achter haar oren geborsteld en haar donkere ogen die, als ze naar je keek, jouw beeltenis eerst van jezelf lossneed om het daarna regelrecht op het doek voor haar te kwakken.  Maar  nee, aan mannen deed ze niet meer.  Haar kinderen zagen in ieder geval nooit een kandidaat papa uit de badkamer lopen. Precies die Liesbeth die tijdens haar laatste dagen, uren van haar ziekbed mijmerde, ijlde en hallucineerde over godmagwetenwat uit haar verleden, die vrouw met haar spannend verleden, mag niet meer meedoen. Ze leeft teveel haar eigen verhaallijn, tenzij – en daar biedt mijn Schrijftafelvriendin mij een mogelijke escape –  ik haar in dienst schrijf van haar dochter en diens man. Het is immers hun verhaal. Ik probeer het.

Met dat ze zieker werd, buitelden de gedachten en herinneringen over elkaar. Het was waar van die film, maar moest dat nu al? Gek genoeg voelde het weer zo fijn om de kleine Lina, dat zachte, lieve diertje met haar nog weke nageltjes onder haar pon tegen haar aan te voelen kruipen.
Geroezemoes om haar heen, vrouwen in witte kleren kletsten, die ene met blond haar huilde, een ongeschoren man gaf haar een hand, de open gordijnen, de sterren buiten en een blaffende hond. Wat? Waarom fluisterde die blonde vrouw dat ze murmelde en zo oud toonde? Dacht ze dat zij het niet hoorde?
Oud? Bedoelde dat mens haar? Alsof ze een omaatje was, zo spraken ze over haar! Een oma? Niks voor haar. Ze wilde pertinent niet, nooit, zo’n vrouw zijn bij wie de kleinkinderen op zolder tenten bouwde of  wier kinderen verhalen vertelden over dwarse kinderen terwijl ze zelf ooit reuze dwars waren geweest. Invaloma worden? Geen denken aan, schudde ze haar hoofd van links naar rechts en perste haar lippen nog maar eens op elkaar.
‘Ik stoot mijn hoofd zelf nog te vaak,’ gebruikte ze als argument maar eigenlijk vond ze oprecht dat haar kind, net zoals zij, zelf voor haar kind moest zorgen want zij, het moest nu eindelijk maar gezegd, had het gewoon te druk met haar eigen leven.
Niet dat ze niet trots was geweest op de kleine Anna, apetrots zelf, en bovendien, dat verbaasde haar nog het meest, ze hield al direct van die kleine meid. Al vanaf de allereerste keer dat ze voorzichtig de kersverse baby in haar armen kreeg. Ze glimlachte en proefde weer die zachte  warme traan net als toen haar Lina huilde om haar zieke kind.

Ze lag maar wankelde toch

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s