
Antiziganisme staat voor een irrationele angst tegenover Roma, Sinti en andere rondreizende groepen.
In Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg ondervinden de hoofdpersonen en hun familieleden dat aan den lijve.
Zo schept Klara’s broer op dat hij en andere boerenpummels de reizigers bestookten met kluiten modder en uitscholden voor vieze zigeuners, asocialen en dieven.
Antiziganisme is aanleiding voor veel onrecht. Zo waren en zijn er nog steeds te weinig standplaatsen voor woonwagens. Gemeenten hanteren al jarenlang een uitstervingsbeleid voor woonwagenbewoners, Roma, Sinti en andere reizigers. Hoewel dit beleid, onder druk van het Europees Hof van de Rechten van de Mens én de Nationale Ombudsman officieel is afgeschaft, blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme en het ministerie van Binnenlandse Zaken dat het uitsterfbeleid niet in de prullenbak terecht is gekomen. Nee, het veranderde in uitstelbeleid. Woonwagenbewoners hebben nog steeds te maken met wachtlijsten voor een standplaats.
In mijn roman legt Raji haar vriend Charlie uit welke sporen het gemeentelijk beleid op haar familie nalaat en waar de ‘vreemdelingenangst’ in praktijk op neerkomt:
‘Vroeger leefden we in wagens, trouwens zo noemen we onze huizen nog steeds. Bijna niemand heeft een huisbel, je loopt gewoon naar binnen, als het niet uitkomt zeggen we het wel.’ Ze laat een pauze vallen, glimlacht. ‘Het komt nooit niet uit hè, onze mensen hebben een groot hart. We wonen met de families hutjemutje naast elkaar, toch voelt het nooit alsof we op elkaars lip zitten. Dat is natuurlijk zo gegroeid; door het reizen zijn we op elkaar aangewezen, alhoewel − sinds de overheid een stok in onze wielen heeft gestoken, en we allemaal stil staan, verdunnen de familieverbanden helaas. Ergens in de jaren tachtig vorige eeuw lieten de gemeentes zodra iemand verhuisde of overleed grote blokken beton schuiven op de opengevallen plaats: voilà een staplek minder. Dit uitstervingsbeleid maakt het de kampbewoners erg moeilijk een standplaats te bemachtigen.’
Het wordt hoog tijd dat we reizigers en de manier waarop zij generatie op generatie proberen staande te blijven, op hun waarde schatten. Hoog tijd ook om de ongefundeerde angst voor mensen die anders leven voor eens en altijd een halt toe te roepen. Hoog tijd daarom om meer te weten te komen over ‘deze mensen,’ want begrip begint bij kennis.

