Sterke vrouwen

Vandaag, 8 maart, bejubelen we sterke vrouwen omdat ze op de barricades klommen en voor hun en onze rechten opkwamen.
Dolle Mina’s, sjorden hun lange rokken om hun benen, gooiden hun haren los, ontblootten hun buiken, schreven er baas in eigen buik op en gingen aan de slag voor gelijke rechten.

Jacoba van Beieren, van een heel andere tijd en kaliber, een vrouw die niet boog voor de bestaande man-vrouwverhoudingen maar of zij ook aan andere vrouwen dacht toen ze door strategische huwelijken, diplomatiek gekonkel en veldslagen probeerde haar wettelijke (opvolgings)recht te krijgen, is de vraag.  Florence Nightingale dan. Zij had ook lak aan conventies en stroopte als verpleegkundige avant la lettre haar mouwen op om in ziekenbarakken aan frontlinies het bloed en de tranen van gewonde mannen te stelpen. Haar tijdgenoot, Alette Jacobs, pakte het anders aan. Ze  ging als eerste vrouw naar de universiteit en werkte haar hele leven aan het verbeteren van de positie van de vrouw.

Een ware heldin vind ik ook Rosa Parks, de donkere vrouw die in 1955 in de bus zat en niet wilde opstaan voor een witte man. Met die daad zette ze de afschaffing van de rassenscheiding in werking.  Andere heldinnen zijn als je het mij vraagt, vrouwen in de kunst.  Schilderes en muze Frida Kahlo, beeldhouwster Charlotte van der Gaag (1923-1999) een onderkende Cobra-kunstenares, of Maud Stevens Wagner, de eerste vrouwelijke tattoo artiest en zo kan ik nog wel even doorgaan. Laat ik het wat dichter bij huis houden. Liesbeth de moeder van Lina uit Rafels, reken ik ook tot de sterke vrouwen. Trouwens Lina zelf ook want zeg nou zelf, je bent toch sterk als je je verdriet durft te doorleven, je fouten wilt erkennen en de toekomst nog een kans wil geven?

 

 

Motto

Voor het motto van Rafels, de roman, twijfelde ik tussen deze twee uitspraken van Gabriel Garcia Marquez.

    Wat ertoe doet in het leven is niet wat er je overkomt, maar wat je je herinnert en hoe je het herinnert.
En:

   Het geheugen van het hart zeeft slechte herinneringen weg en maakt de goede mooier. Dat stelt ons in staat om met het verleden te leven.

Uiteindelijk heb ik voor het laatste citaat (uit: Liefde in Tijden van Cholera ) gekozen omdat die het best de lading dekt. Rafels gaat immers over twee mensen die ‘vergeten zijn’ hun herinneringen en de  bijbehorende emoties met elkaar te delen. Gaandeweg komen ze erachter dat het samen delen juist loutert. Het kortwiekt de zielkapotstekende pieken van hun verdriet en schuurt de scherpe randjes van hun  eenzaamheid af. Zo ontstaat langzamerhand weer ruimte voor goeie herinneringen waardoor ze beter in staat zijn om

met hun verleden te leven.

 

Kluwen ontwarren

(Uit deel 2, Rafels)

De kluwen ontwarren, had Jeanette gezegd. Hoe? En hoe uit die puinhopen van ons verleden te kruipen? Het opgehoopte verdriet. Ons huwelijk dat in scherven lag, wijzelf ook  aan flarden. Waarom noemde ik hem daarstraks in godsnaam  mijn man? O, die chaos in mijn kop. Blok beton in mijn maag. Hoe moet dat straks. Ineens veranderde het geroezemoes  om me heen in luid geschetter: ouders riepen hun kroost, tienermeiden renden gillend naar elkaar  door het restaurant, puberjongens zaten wijdbeens op hun stoel in hun telefoon te brommen. Een drukte van belang. Het dek stroomde vol. Toch zag ik hem direct. Hij ons ook. Hij zwaaide en liep met grote passen op ons af. Pan door het dolle heen, sprong tegen hem op, huilde als een wolf, likte zijn handen.

Hondenliefde