Geboorte

Zie je me zitten, daar onder die blauwe parasol ?Kijk goed, in het midden, iets meer naar rechts. Achter de  derde pluk helmgras onder het hogere duin. Mijn toetsenbord knarst van al het zand maar dat maakt mij geen moer uit.
Rafels, moet namelijk af.  Rafels, zo gaat mijn roman heten. Definitief. De uien zijn voorgoed in de koelkast of eruit.  Nog één keer die allerlaatste definitieve versie herzien. En voilà, een herschreven fragment uit hoofdstuk twee.

Een halfuur later, stormde Frits de ziekenhuiskamer binnen. Zijn haar in de war, de veter van zijn rechterschoen los, zijn stropdas schuin over zijn schouder en zijn jas in zijn hand. In drie stappen stond hij bij mijn bed, boog over mij heen en kuste mij. Met een bijna smekende blik hakkelde hij : ‘Sorry, sorry, sorry, schatje, ik…’
Mijn moeder keek hem met strak op elkaar geperste lippen en priemende ogen neerbuigend aan. ‘Zo, eindelijk, daar ben je!’
Zij pikte mijn boosheid in. Ik kon hem niet vragen waar hij had uitgehangen. Niet waar zij bij was. Ach, die Frits met zijn trillende lippen. Ik keek hem aan. Drukte met mijn vrije arm zijn hoofd tegen het mijne en gaf hem een zoen.
‘Kijk lieverd, daar is ze, ons meisje, ze is zo lief, zo mooi onze Anna, kijk eens.’
‘Heb je haar Anna genoemd? We zouden toch…’
Toen, heel zachtjes, vroeg ik: ‘Waar was je Fritsie?’
Hij kuchte, keek weg.

uit: RAFELS

 

Het hartje en de boom

Als je vaak buiten loopt,  een hond hebt uit te laten, zie je nog eens wat. Vanmorgen, in het bos (woud staat op het bordje maar ik hou het op bos) zag ik bomen. Hoge bomen, lage bomen, dikke bomen, slanke bomen, omgewaaide bomen, neergebliksemde bomen, vermolmde bomen, oude bomen en jonge bomen.  Allemaal bomen met een geschiedenis, met een verhaal, hún levensverhaal.

Daar zou een slimmerik best eens een cursus voor kunnen ontwikkelen, dacht ik,  zodat de  bomen eindelijk eens  de story of their life kunnen vertellen. Dramatische verhalen over hoe de storm aan hun wezen rukt, nijdig hun takken tegen de stammen zwiept, al hun bladeren laat verliezen,  hun wortels los sjort en omver trekt. Ze komen vast ook met rampspoed over de zon die hun amechtige wortels geselt en uitdroogt waardoor ze omvallen.
Omvallen, is natuurlijk het terugkerende thema, bomen vallen immers altijd om. En of dat niet genoeg is, judassen wij  mensen die bomen ook nog eens extra door hartjes in hun bast te kerven. Alleen omdat wij zo verliefd zijn. Alsof die bomen geen gevoel hebben! Bomen bloeden ook hoor.

En weet je wat ik nog het ergste vind?  Dat  verliefde stel dat een hart met hun namen in de boom op de foto kraste, is al lang uit elkaar maar dertig jaar later staat die boom er nog steeds. Met het hart. En hun huwelijk ligt in honderd scherven. En van de therapeut in mijn boek moeten ze herinneringen ophalen, delen ook vooral.

Of het helpt? Niemand die ’t nog weet want het boek is nog niet af.

Arm boek, arme boom, arm hart