Bastaard

Ik was het meisje met dezelfde achternaam als mijn zusje Miks. Zij werd geboren uit een ordentelijk samenzijn tussen mijn moeder en meneer Z. Hij erkende mij zonder van me te houden. Van Miksje hield hij wel.
Soms, dan was hij naar het café, mocht ik op moeders schoot maar meestal speelde ik bij opa en oma. Daar beantwoordde tante Marie mijn vraag hoe het nou kon dat ze vier broers en zussen had terwijl ik er maar drie telde: zij, mijn moeder en oom Bart. Toen kwam ik erachter: broer Ko was

mijn echte vader.

Happy Heinrich

Heinrich verveelt zich. Sinds zijn huwelijk na twee jaar was uitgeblust, ledigt hij zijn lust bij de hoeren.
Vrouwen houden niet van Heinrich. Zelfs de hoeren halen opgelucht adem na zijn vertrek. Veeleisende, gierige bruut!
Heinrich droogt op. Tot hij op een website stuit met surrogaatvrouwen.
Hij valt op Heidi. Ze oogt blank, blond, groot en zacht.
Vijf dagen later vindt hij haar; op het postkantoor in een grote, platte doos maar zo plat als een dubbeltje.
Heinrich is ontgoocheld.
De man achter de balie verwijst hem naar de pomp bij het tankstation:

‘Die past daar ook op.’