Het stinkt

Ik opende het keukenkastje en greep middenin een kleverige zachte massa.
‘Gadver!’
De overvloed aan schimmel, muizenkeutels en spinrag rook als de verrotte aardappelmassa in de kruipruimte vroeger thuis toen vader een mud piepers in de voorkelder had laten kieperen.
‘Zo is er altijd wat in huis,’ had hij gezegd. Vooruitziende blik? Een laatste zorgdaad of schuldgevoel?
Nog geen twee maanden later was hij met de noorderzon vertrokken. Uit kwaadheid of principe hebben we nooit meer aardappelen gegeten. Daarom hadden we geen idee waar die penetrante geur in de gang vandaan kwam.
Totdat moeder het luik opende:

één druipende aardappelmassa.

Zand erover

Ze hadden het, hoe kan het ook anders, over vroeger. ‘Weet je nog dat je van het duin af rolde en je hoofd zo stootte?’ En of ze dat nog wist. Duinrollen, hét favoriete spel van hun meisje. Gierend van de lach met haren vol zand, takjes en konijnenkeutels stortte ze zich telkens opnieuw vanaf het terras het duin. Die dag duikelden zij ook mee. ‘Ik brak ook mijn arm op twee plekken hoor. Ik wilde jou ontwijken en sloeg met mijn hoofd en schouder tegen een boomstronk. Ik hoor weer de krak.’ Ze wreef over haar bovenarm. ‘O ja, dat is ook zo, je arm, ik weet het weer.’ Hij bloosde.

Hij voelt zich er nog schuldig om, dacht ze, niet nodig natuurlijk, gebeurde niet met opzet, maak het niet zo zwaar. ‘Als ik er nog aan denk,’ lachte ze, ‘dokter Bob die te paard kwam aangesneld. Te paard, dé snelste manier om bij patiënten te komen, de, hoe noemde hij het ook weer?’ ‘De hemelsbreed route,’ vulde Frits in. ‘Ja, dat was het. Hij hechtte terplekke het gat in mijn hoofd. Dat deed verdomde pijn vooral toen hij de hechtdraad aantrok, ondanks de verdoving. En,’ ze aarzelde even, ‘weet je dat ik me toen pas realiseerde dat ik de vrouwen die ik hechtte ook veel pijn deed?’ ‘Ja, je neemt in je werk toch afstand, zeker in jouw werk kan je niet met iedere wee of hechting mee gaan huilen. Ik bedoel,’ verbeterde hij zichzelf toen Lina kriegel opkeek, ‘het is goed dat je van toen af aan meer rekening kon houden met de pijn van je klanten, toch?’

Lina zuchtte, blij dat hij dat bedoelde. ‘Ik weet nog hoe jullie mij de rest van de week bedolven onder lieve dingen. Hoe Anna me heel voorzichtig, om mijn arm niet te stoten, knuffelde. En jij ook natuurlijk,’ haastte ze erachteraan. Het armoedige gevoel van toen kwam weer boven. Dat gips, die pinnen, de stellage, haar pijnlijk hoofd en vooral de totale afhankelijkheid waardoor ze alles moest vragen. Annaatje bracht haar zelfs paracetamol terwijl de limonade over het glas klotste.

Ach Anna. Niet aan denken, niet in blijven hangen nu. Alsof hij haar gedachten kon lezen, zei Frits: ‘Gelukkig genas het allemaal snel. Niets meer aan doen, zei die zogenaamd jolige chirurg toch. Alleen dat je naar de fysio moest, weet je nog?’

Spic en span

Ik opende het keukenkastje, strekte mijn arm uit om er een pak spaghetti in te leggen en greep middenin een kleverige zachte bol met harde stukjes. 

‘Gadver!’ 

De overvloed aan schimmel, muizenkeutels en spinrag rook precies zoals de verrotte aardappelmassa in de kruipruimte vroeger thuis. Sinds het voorjaar lag daar een mud piepers te verkommeren. Mijn vader had ze vlak voor zijn vertrek in de voorkelder laten kieperen.

‘Zo is er altijd wat in huis,’ had hij gezegd. Vooruitziende blik? Een laatste zorgdaad of schuldgevoel? Nog geen twee maanden later was hij met de noorderzon vertrokken. Uit kwaadheid of principe hebben we nooit meer aardappelen gegeten. Daarom ook hadden we geen idee waar die penetrante geur in de gang vandaan kwam. Totdat moeder het luik in de gang opende en de druipende aardappelmassa zag. Dat dus.  

Ook de binnenkant van de koelkast zag er niet uit. Vanuit de flessenbakken kropen slijmerige slakkensporen langs de deur omhoog, de groentela klemde, ik kon de herkomst van de drab niet thuisbrengen op één uienschil na. 

Met de dweiltjes en groene zeep, standaard mee in mijn vakantiepakket, , boende ik na de koelkast, de keukenkastjes, de vensterbank en vooruit ook de vloer. Wat je begint moet je afmaken. Heb ik van mijn moeder . Zij deed nooit alleen maar de keukenvloer. De kastjes, het aanrecht, de deuren, de gang, alles moest gekuist. Kwamen we thuis uit school, blonk het hele huis en zat zij tevreden met een glas wijn in haar luie stoel.