Mijn moeder stapte uit bed op zoek naar háár moeder. ‘Waar is mijn mama?’ Ik moest het zeggen: ‘Je moeder is al veertien jaar dood mam.’ Ze huilde, begreep het niet. ‘Is het echt waar?’ ‘Ja, helaas mam.’ ‘Wie heeft er dan al die tijd voor ons gezorgd?’ Ineens drong het door; ze was haar kleine zelf, echtgenote en onze moeder tegelijk. Ze dacht dat ze gek werd. ‘Nee mam, je bent heel erg ziek en misschien heb je wel over oma gedroomd?’ ‘Nee,’ fluisterde ze, ‘ik heb stilloos geslapen.’
Auteur: Marianne Schenderling
Versluierwoorden
Feitelijk schijf ik dit stuk heel pittig terwijl ik soms of meestal toch wel zit te zweten boven mijn toetsenbord. Maar daar mag de buik niet van rimpelen, zullen we maar denken uiteindelijk gaat het namelijk om het resultaat. Dus. Kortom, we mogen eigenlijk wel concluderen dat dit een flutsukkie is. Het bevat namelijk allemaal woorden die niet mogen.
Waarom het stomme woorden zijn?
Omdat ze overbodig zijn, je tekst ontkrachten, belerend of wijsneuzerig zijn, geen functie hebben, onzekerheid uitstralen, versluierend werken. Daarom!
De laatste zin
Ik weet hem! De afsluiting. The end. De laatste zin. De hoofdstukken daarvoor moet ik nog schrijven, verplaatsen, omgooien, bijschaven, nogmaals herschrijven en misschien weer een keer maar alles eindigt in die laatste zin.
Wat een opluchting. Vanmorgen in het bos schoot hij zo maar door mijn hoofd, die laatste zin.
Hou vast, zei ik tegen mezelf, hou vast, net zo stevig als je de hondenriem vasthebt. Dat is gelukt. Ik heb hem in mijn telefoonnotities gezet, thuis overgeschreven in mijn notitieblokje en alvast aan het eind van wat het laatste hoofdstuk moet worden, getypt. Nu weet ik hoe de roman verder verloopt. Dat het niet verloopt zoals ik had gehoopt.
Ze komen niet meer bij elkaar. Of misschien toch wel. Of misschien op een totaal andere
De laatste zin, mijn houvast (voor nu), mijn doel (voor nu) want de antagonist en de protagonist leven nu eenmaal hun eigen leven in een roman, de laatste zin staat vast. Voor nu. Zegt Lina:
‘Ik zit ook midden in de overgang.’