En het eerste exemplaar van Rafels is voor de schrijfster zelf. Zo gaat dat in Boekenland. namens de uitgever geeft Robert Beernink mij een pakje, ik scheur het cadeaupapier ervan af en kijk verrast: Dit Is Mijn Boek.

Ik zet mijn handtekening in Robert’s exemplaar, lees voor uit eigen werk en als afsluiting zingt Fredie ‘Rafels”. Klaar!
Jaren aan geschreven, gesleuteld, gedelete, herschreven, in gekrast, anders geformuleerd, volgorde gewijzigd, weer terug gezet, nee, toch weer anders en dan ineens: klaar!
Ik kan er niets meer aan doen, nu gaat het de wijde wereld in, wordt het door andere ogen gelezen, gewogen, gekeurd. Doodeng dat loslaten. Maar het kan niet anders, het is klaar!
Dan lees ik op Hebban een recensie van een lezeres en voel ik mijn lippen omhoog krullen en mijn wangen rood kleuren, ik krijg het warm van dit soort complimenten:
‘Ik heb genoten van de mooi geschreven zinnen en heb regelmatig hard moeten lachen om de humor, maar ook moeten huilen. Zo ontroerend als het is neergezet.
Het verhaal zet je ook aan het denken hoe we zelf in relaties staan en hoe we er mee omgaan.’
Ik ben gewoon blij en
(Scène uit “Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg”) Omi Clara vertelt: ‘We aten cigánypecsenye. Crina had ‘s morgens, voordat Raji arriveerde, het varkensvlees ingesmeerd met een marinade van olie, geperste knoflook, mosterd, paprikapoeder, zout en peper. Toen ze de schaal tevoorschijn haalde, kropen de heerlijke geuren meteen je neus binnen. Ze zette de aardappelen op het vuur en liet zodra die kookten zes