De coach

‘Je moet je personages meer body geven,’ vindt mijn coach, ‘dan komen zij en je verhaal beter uit de verf.’
‘Maar hoe maak ik mijn personages echter?’
‘Laat ze een dialoog aangaan. Nu beschrijf je vaak citaten zonder dat er iets actief gebeurt.’
‘Huh?’
‘Je schrijft bijvoorbeeld  “Ze zei dat ze hem nooit had vergeven” dat kan beter.’
Mijn kwartje viel niet.
Ik peinsde me suf. Ik surfde me rot naar personages tot leven wekken tot ineens, natuurlijk! Ik moet haar in een scène plaatsen:

Vanachter het aanrecht beet ze hem met een vuurrood aangelopen gezicht toe: ‘Dit vergeef ik je nooit klootzak.’ Hij duwde haar opzij, en schamperde ‘denk je dat mij dat iets kan schelen?’ terwijl hij een pilsje uit de koelkast pakte.

Meer van dit soort dialogen wil de schrijfcoach zien,  gesprekken door mensen van vlees en bloed zodat je wel moet denken, wat is hier in * aan de hand?

*in godsnaam mag ik ook al niet meer schrijven, te zwaar en te pathetisch.

‘Jouw personages zijn nog te vlak,’ onderwijst ze mij, ‘je hp jankt alleen maar, of ze schreeuwt of is boos, de lezer moet eerst kennismaken met haar en er beetje bij beetje achter komen hoe ze zo geworden is. Laat je personage groeien!’
Ze heeft een punt, dat begrijp ik heus wel, zoveel drama al in hoofdstuk één. Ik ben Dostojewski niet. Heb ook nog geen tienduizend vlieguren als het over roman schrijven gaat.

‘Hoe geef ik mijn hp meer diepte? Ze is een vrouw van in de vijftig, daar zijn er dertien van in een dozijn, niets bijzonders.
‘Ze is natuurlijk ook jong geweest, misschien is er in haar jeugd iets gebeurd?’
‘Ja en nu is ze vroedvrouw, een niet alledaags beroep. En moeder van een gestorven kind, daarom jankt ze en is ze boos, begrijp je? Ze mag niet genieten van zichzelf.’
‘Geen greintje plezier mee te beleven dus?’
‘Uh…dat vond haar man wel toen hij er met een jonger exemplaar van doorging. Totdat dat grietje hém de bons gaf en hij tot inzicht kwam.’
‘En?’
‘Ik zou haar willen laten zeggen “Weet je, wat ik van jou vind, jij die je vrouw, de moeder van je gestorven kind, in de steek liet voor een paar maanden plezier met dat chickie? Ik vind je gewoon een eikel.” Maar dat dacht zij niet want …’.
‘Juist! Op die flintertjes informatie bouw je je verhaal. Zo kom je bij de kern en creëer je een mooie spanningsboog.’
‘Enne, strooi niet met lange zinnen vol bijzinnen, daardoor ziet de lezer door de bomen het bos niet meer.’

Feedback incasseren maakt je verhaal sterker

Komt het dan nooit af?

Ik zie mezelf nog zitten vorig jaar met een rood hoofd op het puntje van mijn stoel met kromme rug achter mijn laptop ergens in het Spaanse land. Ik werkte aan mijn schrijfplan, zoals de schrijfjuf het toen noemde. Ik schreef een flaptekst, een beknopte inhoud en bedacht  de hoofdstukindeling  inclusief een samenvatting van de scènes. Het regende dat het goot trouwens daar in Spanje net als nu hier.

Misschien is het het zeikweer dat me aan het denken zette en (nu bijna) deed besluiten de volgorde van mijn boek volledig om te gooien.
Huh? Waarom?
Omdat de chronologie me niet bevalt.
Omdat die zogenaamde logische volgorde bijna saai wordt.
Omdat het zo voorkabbelt (terwijl lezers schreeuwen om spanning!)

Wat nou als ik eerst het kind geboren laat worden en daarna, in hoofdstuk twee,  de ouders bij de therapeut zet?  Voor de eerste sessie natuurlijk zodat ze in het vervolg kunnen terugdenken of zelfs teruggrijpen op ‘vroeger’?

Wat nou als ik de sessies pitstops laat worden, vanwaaruit het verhaal zich verder ontwikkelt? Als ik gewoon een heel ander verhaal bouw met de bestaande ingrediënten?
Een verhaal waarin de lezer stiekem verborgen in een hoekje bij de peut de biechten aanhoort van de hoofdpersonen?
Een verhaal ook waarin die lezer zich afvraagt of de hoofdpersonen wel oprecht zijn? En waarin hij (de lezer) zijn antwoorden vindt in de vervolghoofdstukken waarin verteld wordt hoe ‘het’ echt is gegaan.  Of misschien ook niet.

Een andere  opbouw brengt vanzelf een andere structuur. Dan ook klinkt het logisch dat ik de therapiehoofdstukken in drieën moest splitsen van mijn schrijfcoach, de redacteur L.

Dus wat deed ik gisteren en vandaag?  Mijn hoofdstukken synopsis aanpassen.

Het regende toch dat het goot.