Versluierwoorden

Feitelijk schijf ik dit stuk heel pittig terwijl ik soms of meestal toch wel zit te zweten boven mijn toetsenbord. Maar daar mag de buik niet van rimpelen, zullen we maar denken uiteindelijk gaat het namelijk om het resultaat. Dus. Kortom, we mogen eigenlijk wel concluderen dat dit een flutsukkie is. Het bevat namelijk allemaal woorden die niet mogen.

Waarom het stomme woorden zijn?

Omdat ze overbodig zijn, je tekst ontkrachten, belerend of wijsneuzerig zijn, geen functie hebben, onzekerheid uitstralen, versluierend werken. Daarom!

De laatste zin

Ik weet hem! De afsluiting. The end. De laatste zin. De hoofdstukken daarvoor moet ik nog schrijven, verplaatsen, omgooien, bijschaven, nogmaals herschrijven en misschien weer een keer maar alles eindigt in die laatste zin.
Wat een opluchting.  Vanmorgen in het bos schoot hij zo maar door mijn hoofd, die laatste zin.
Hou vast, zei ik tegen mezelf, hou vast, net zo stevig als je de hondenriem vasthebt. Dat is gelukt. Ik heb hem in mijn telefoonnotities gezet, thuis overgeschreven in mijn notitieblokje en alvast aan het eind van wat het laatste hoofdstuk moet worden, getypt. Nu weet ik hoe de roman verder verloopt. Dat het niet verloopt zoals ik had gehoopt.

Ze komen niet meer bij elkaar. Of misschien toch wel.  Of misschien op een totaal andere

De laatste zin, mijn houvast (voor nu), mijn doel (voor nu) want de antagonist en de protagonist leven nu eenmaal hun eigen leven in een roman, de laatste zin staat vast. Voor nu. Zegt Lina:

‘Ik zit ook midden in de overgang.’

De bom

It has been a while, zeggen ze  de Engelsen dan. Die piepen straks, na de keiharde brexit ook wel anders. Zijn ze lekker klaar mee toch? Nu al, met die blonde anti-aristocraat met zijn grote bek die zo graag vrinden wil worden met die andere blonde adonis. De wereldgeschiedenis voltrekt zich in je bijzijn, zal ik maar zeggen.
‘Het is al oorlog’, zei de vertrekkend commandant der Nederlandse Landstrijdkrachten, gisteren in de Volkskrant. Of was het de NRC?  Anno 2019 worden oorlogen digitaal uitgevochten, legde hij uit.
Hij heeft gelijk, dacht ik, kijk maar naar het  getwitter van de man T,  de hordes spionagedrones die als Amsterdamse duiven de wereld digitaal vol schijten met informatie,  de gamende soldaten die op afstand hun  projectielen afvuren op dorpelingen in verre oorden en andere ‘machtige’ inventies.

Enfin, maar dat bedoelde ik niet met mijn beginzinnetje. Dat sloeg op mijn zwijgzaamheid hier. Hoezo, iedere dag een stukkie tikken?
Ja, sorry ik heb dagen achtereen gekloost; een lijvige pil van zeshonderd pagina’s geredigeerd tot op de punt en komma: het boek van Jan Kloos over zijn leven.
En wat voor een leven! De hele wereld hebben hij en zijn vrouw M gezien. De haven van Bangladesh heeft hij uit het slib getrokken. Zeeschepen door nauw vaarwater geloodst en de loodsen zelf naar een particuliere organisatie. Een duikschool op Bonaire er bovenop geholpen, ook nog. Maar dat moeten jullie straks allemaal zelf maar lezen in zijn boek. 30 november komt het uit.

En de Uien in de Koelkast dan? Liggen die daar zo zachtjes aan niet erg te verrotten? Nee, nee, nee, ik pak het deze week weer op. Echt waar. Beloof het mezelf. Beloofde het gisteren mijn Leestafelvrienden en beloof het hierbij plechtig aan mijn lezerspubliek. Best publiek, bent u zich er wel van bewust dat ik een boek schrijf dat ik graag zie inslaan als een bom?