Malik, zoon van niemand

In het hart van Zuid-Oost Anatolië herinneren de bergen zich wat mensen vergeten. Door de dalen klinken hun  verstomde stemmen. In dit oude land kusten Hittieten de hemel, baden Assyriërs tot hun God, schudden Arameeërs het woestijnzand van zich af voor ze op hun knieën vielen, trokken Arabieren hun kromzwaarden om Allah te beschermen en filosofeerden de Grieken over hun bestaan.

 In de nieuwere tijd, zongen Koerden en Armeniërs hier hun liederen van verzet en vierden uiteindelijk de Osmanen en hun nazaten de overwinning.

In deze bergen, tussen de kieren van de bebloede stenen van de stad Mardin, wortelt Malik wiens naam koning betekent. Zijn handen beven van het verleden. Hij hoort stemmen die er niet zijn, droomt in talen die hij nooit heeft geleerd. Zijn ziel is een mozaïek, gebarsten door haat die ouder is dan hijzelf. Dit is zijn verhaal. Een verhaal over verzwegen herinneringen. Over waanzin en overleven. Een verhaal waarin het verleden niet zwijgt. Malik, is de optelsom van het verleden, van verloren generaties. Hij is de man die alle namen draagt en geen. Hij  is de Zoon van Niemand.

Klara’s moeder, het begin

Januari 2001. Daar lig ik dan. Het lijkt alsof ik naar een stomme film kijk die nog net niet van de spoel afloopt. Mijn trager verlopend leven kabbelt, hortend en stotend. Ik denk er vaak over na sinds mijn dood dichterbij 
sluipt.

Ik heb overal pijn. Soms heb ik het gevoel dat mijn darmen zich om hun eigen as slingeren en een onzichtbare hand gloeiend vel van mijn buikwand slijpt. Op die momenten stroomt alles wat ik binnen krijg als dunne poep weer uit mij. Ik stink, ik ruik het. Eindeloze dreksloten kolken op het matras en besmeuren mijn nachthemd.

Stiekem pulk ik de korsten aangekoekt poep van mijn benen en veeg ze aan de zijkant van het matras. Mijn vuiligheid houdt Rosa, een jong meisje van net in de twintig met blond haar en blozend gezicht, continu aan het werk. Ze draagt haar blauwe latexjes strak als een tweede huid om haar ranke handen

Kinderen schrijven reizigersverhalen, serie 2

Op 2, 3 en 9 en 10 januari van dit jaar (2025) kwamen, net als in het najaar van 2024, vijf enthousiaste junior schrijvers naar de OBA in de Spaarndammerstraat Amsterdam om mee te doen aan de workshop Reizigersverhalen schrijven. Enthousiast, creatief en vlijtig schreven zij aan hún reizigersverhaal en schilderden ze – met hulp van kinderboekenillustrator Irina Filcer – hun eigen illustratie bij het verhaal.

Anna’s, (acht) schreef een verhaal over Flip de muis die honger had en op reis ging om lekkere dingen te zoeken (en op te eten). Flip is een heel slimme muis, dat blijkt wel uit de oplossingen die hij bedenkt om gevaren uit de weg te gaan.

Yanai (tien) componeerde een verhaal over een jongen die heel erg op zichzelf lijkt. Samen met zijn vrienden beleeft deze jongen een best wel griezelig verhaal. Over hoe ze een enge man in een afgelegen huis in de jungle met een grote vernietingsmachine verslaan en zo de wereld redden.

In het verhaal van Anton, (negen) trekt Max de muis de wijde wereld in. Max reist naar een gevaarlijk land waar olifanten grote rotsblokken uitpoepen en van de heuvels naar beneden laten rollen. Hij moet de gevaarlijke blokken ontwijken en wordt tegelijkertijd belaagt door een hongerige adelaar die hij gelukkig te slim af is. Uiteindelijk graaft Max zich terug naar het hier en nu,

Jimi de mier is de hoofdpersoon uit het verhaal van Filippa (negen). Hij gaat op reis om een nieuw veilig huis te zoeken. Onderweg krijgt hij hulp van een heel aardig meisje en vliegt de mus die hem eerst wil opeten naar een prachtig roze fantasiebos. 

Bij Elina (negen) speelt de dochter van de president van Canada de hoofdrol. Zij en haar vrienden reizen naar een bos waarin ze verdwalen, een spannend avontuur beleven, maar waaruit ze gelukkig op magische wijze weer terugkeren. 

Alle verhalen plus de illustraties zijn gebundeld tot een prachtig boekje. Tijdens een bijeenkomst op 28 februari in de OBA Spaarndammerbuurt kregen de kinderen hun boek en lazen ze voor uit eigen werk.