
Op 2, 3 en 9 en 10 januari van dit jaar (2025) kwamen, net als in het najaar van 2024, vijf enthousiaste junior schrijvers naar de OBA in de Spaarndammerstraat Amsterdam om mee te doen aan de workshop Reizigersverhalen schrijven. Enthousiast, creatief en vlijtig schreven zij aan hún reizigersverhaal en schilderden ze – met hulp van kinderboekenillustrator Irina Filcer – hun eigen illustratie bij het verhaal.
Anna’s, (acht) schreef een verhaal over Flip de muis die honger had en op reis ging om lekkere dingen te zoeken (en op te eten). Flip is een heel slimme muis, dat blijkt wel uit de oplossingen die hij bedenkt om gevaren uit de weg te gaan.
Yanai (tien) componeerde een verhaal over een jongen die heel erg op zichzelf lijkt. Samen met zijn vrienden beleeft deze jongen een best wel griezelig verhaal. Over hoe ze een enge man in een afgelegen huis in de jungle met een grote vernietingsmachine verslaan en zo de wereld redden.
In het verhaal van Anton, (negen) trekt Max de muis de wijde wereld in. Max reist naar een gevaarlijk land waar olifanten grote rotsblokken uitpoepen en van de heuvels naar beneden laten rollen. Hij moet de gevaarlijke blokken ontwijken en wordt tegelijkertijd belaagt door een hongerige adelaar die hij gelukkig te slim af is. Uiteindelijk graaft Max zich terug naar het hier en nu,
Jimi de mier is de hoofdpersoon uit het verhaal van Filippa (negen). Hij gaat op reis om een nieuw veilig huis te zoeken. Onderweg krijgt hij hulp van een heel aardig meisje en vliegt de mus die hem eerst wil opeten naar een prachtig roze fantasiebos.
Bij Elina (negen) speelt de dochter van de president van Canada de hoofdrol. Zij en haar vrienden reizen naar een bos waarin ze verdwalen, een spannend avontuur beleven, maar waaruit ze gelukkig op magische wijze weer terugkeren.
Alle verhalen plus de illustraties zijn gebundeld tot een prachtig boekje. Tijdens een bijeenkomst op 28 februari in de OBA Spaarndammerbuurt kregen de kinderen hun boek en lazen ze voor uit eigen werk.

(Fragment uit Klara’s moeder) Het begon eigenlijk ongemerkt. Eerst trilden haar handen alleen als ze iets zwaars tilde: een volle pan aardappelen, een zak meel, een emmer met sop. Het ging van kwaad tot erger. Een volle soep- of paplepel naar haar mond brengen? Een stukje brood snijden? Een blouse dichtknopen? Ze kreeg geen knoopje meer door het knoopsgat, kon amper een mouwloos vest om haar schouders slaan. Daarna diende het volgend debacle zich aan: ze moest gevoerd worden!