Internet uitgevallen. Nou en, om te schrijven heb je toch geen internet nodig? Jawel, mijn hoofdstukken staan allemaal op de cloud. Heb je geen backup dan op een schijfje, een USB? Jawel, maar niet van de laatste twee schrijfdagen. Redigeer of herschrijf de eerste hoofdstukken dan maar. Heb ik al zeven keer gedaan. Je kunt het altijd beter! O.k. dan doe ik dat.
Ik ben een maandagochtendmens. Iedere eerste dag van de week schrik ik om zes uur wakker als de eerste tram over de brug dendert. Metaal op metaal krast fluittonen in mijn oren.
Meestal draai ik me dan nog een keertje om.
Zes uur? Ben jij gek!
Deze ochtend verloopt anders.
Een met geen paracetamolletje te bestrijden hoofdpijn legt mij lam. Onrechtvaardig want gisteren dronk ik geen druppel wijn of gemberbier; zondag rustdag, ook voor de lever.
Nog irritanter, mijn door de malaise zware handen richten niets uit, enkel dit ultrakorte blogje. Soms moet je gewoon tevreden zijn met minder.
Loop ik vanmorgen in het bos, met de hond (waarom zou ik anders op zaterdagmorgen in een bos gaan lopen, er moet toch een boek geschreven worden) denk ik ineens aan hoofdstuk zes. Het dramahoofdstuk waarin het kind ziek wordt en sterft. Het is te plastisch, te banaal, schiet het door mijn hoofd. Ik moet laten zien hoe het kind erbij ligt, het verdriet van haar mama en papa laten voelen.
Show do not tell. De moeder aller schrijflessen. Makkelijker gezegd dan gedaan.
Plotsklaps klikt een diavoorstelling aan in mijn hoofd. Dia één: Museum More in Gorssel. Dia twee: een vitrine met een slapend (of is zij ook dood?) meisje. Het kind is van top tot teen in wit gekleed en ligt onder een grote witte wolf (of wolfshond, daar wil ik van af zijn). Einde diavoorstelling. Dat beeld! Ik heb er foto’s van.
‘Je kunt er een metafoor van maken,’ roept een stem uit de hemel. ‘Kom op, naar huis nu,’ zeg ik tegen de hond, ‘ik wil die foto’s bekijken, dat beeld binnen laten komen.’ Ik dank God op mijn blote knieën dat hond gelaten met me mee slentert. Een half uurtje later zit ik achter mijn scherm en herschrijf de doodscène van drie hoofdstukken terug:
Daar lag ze met haar witte gezicht en bezwete haar op het kussen, haar broze lijf in die te grote witte pon; hun kind vermorzeld door de grote boze wolf. God betere het, met nog steeds een glimlach op haar gezicht.
Visualiseren helpt, dé les van deze zaterdagochtend. Kijken, kijken, kijken (en luisteren en ruiken en voelen) en associëren maar. En fantaseren. Schrijven is (te) leren.