De bom

It has been a while, zeggen ze  de Engelsen dan. Die piepen straks, na de keiharde brexit ook wel anders. Zijn ze lekker klaar mee toch? Nu al, met die blonde anti-aristocraat met zijn grote bek die zo graag vrinden wil worden met die andere blonde adonis. De wereldgeschiedenis voltrekt zich in je bijzijn, zal ik maar zeggen.
‘Het is al oorlog’, zei de vertrekkend commandant der Nederlandse Landstrijdkrachten, gisteren in de Volkskrant. Of was het de NRC?  Anno 2019 worden oorlogen digitaal uitgevochten, legde hij uit.
Hij heeft gelijk, dacht ik, kijk maar naar het  getwitter van de man T,  de hordes spionagedrones die als Amsterdamse duiven de wereld digitaal vol schijten met informatie,  de gamende soldaten die op afstand hun  projectielen afvuren op dorpelingen in verre oorden en andere ‘machtige’ inventies.

Enfin, maar dat bedoelde ik niet met mijn beginzinnetje. Dat sloeg op mijn zwijgzaamheid hier. Hoezo, iedere dag een stukkie tikken?
Ja, sorry ik heb dagen achtereen gekloost; een lijvige pil van zeshonderd pagina’s geredigeerd tot op de punt en komma: het boek van Jan Kloos over zijn leven.
En wat voor een leven! De hele wereld hebben hij en zijn vrouw M gezien. De haven van Bangladesh heeft hij uit het slib getrokken. Zeeschepen door nauw vaarwater geloodst en de loodsen zelf naar een particuliere organisatie. Een duikschool op Bonaire er bovenop geholpen, ook nog. Maar dat moeten jullie straks allemaal zelf maar lezen in zijn boek. 30 november komt het uit.

En de Uien in de Koelkast dan? Liggen die daar zo zachtjes aan niet erg te verrotten? Nee, nee, nee, ik pak het deze week weer op. Echt waar. Beloof het mezelf. Beloofde het gisteren mijn Leestafelvrienden en beloof het hierbij plechtig aan mijn lezerspubliek. Best publiek, bent u zich er wel van bewust dat ik een boek schrijf dat ik graag zie inslaan als een bom?

Dansend schrijven

Wat kan een schrijver leren van een danser?  Je ritme verbeteren door er prachtige afwisselingen in aan te brengen. Zie hoe ingetogen passen, een allongé of een mooie sprongetje uitkomt in een arabesque.
Wat een ware woorden, wat een pracht inzicht gaf Zomergast Maxim Februari zomaar cadeau op achttien augustus in het jaar onzer Heren 2019.

Nooit eerder over nagedacht dat je door te kijken naar (andere) kunsten ook verder kan komen met schrijven.  Wat een omissie.  Geen wonder dat het me soms helemaal niet lukt de verhaallijn spannend te houden met een onverwachte wending; de allongé of échappé. Teveel bezig met de woordenbrij te weinig zicht voor de schoonheid van de taal.

Breien en praten kan niet tegelijk, zei mijn oma al, en ballet kijken en schrijven gaat ook niet makkelijk maar luisteren en schrijven wel. Dus tik ik dit stukkie met  koptelefoon op  en luister naar de stervende zwaan.

De geur

Die geur van opdrogend nat gras. Ik zie ons kinderen voorzichtig onder het schrikdraad doorkruipen. Ik voel de lichte schokken in mijn handen door het schrikdraad. Nooit met blote handen altijd met een rietstengel. Ik proef mijn gêne over de blote pikkies van de jongens die op het schrikdraad piesten. Ze willen de schok ook daar voelen. En ik ervaar weer die eigenaardige fijne spanning om al rennend de polsstok in de sloot te planten. Plons er middenin. Ik hoor mijn moeders overslaande stem geen spel voor meisjes. Ik denk: niet eerlijk dat alleen jongens de leukste dingen mogen.