Voor het motto van Rafels, de roman, twijfelde ik tussen deze twee uitspraken van Gabriel Garcia Marquez.
Wat ertoe doet in het leven is niet wat er je overkomt, maar wat je je herinnert en hoe je het herinnert.
En:
Het geheugen van het hart zeeft slechte herinneringen weg en maakt de goede mooier. Dat stelt ons in staat om met het verleden te leven.
Uiteindelijk heb ik voor het laatste citaat (uit: Liefde in Tijden van Cholera ) gekozen omdat die het best de lading dekt. Rafels gaat immers over twee mensen die ‘vergeten zijn’ hun herinneringen en de bijbehorende emoties met elkaar te delen. Gaandeweg komen ze erachter dat het samen delen juist loutert. Het kortwiekt de zielkapotstekende pieken van hun verdriet en schuurt de scherpe randjes van hun eenzaamheid af. Zo ontstaat langzamerhand weer ruimte voor goeie herinneringen waardoor ze beter in staat zijn om
met hun verleden te leven.
Vroeger zoenden mensen drie keer. Als klein kind leerde je dat tijdens verjaardags-feestjes. Je moest het gewoon ondergaan: oudtantes en oude tantes die je aan hun borsten drukten en natte klapzoenen op je wangen drukten. Vooral tante E was heel goed in dikke smakkerds. Je kreeg er steevast één op je wang, één aan de andere kant vlak naast je mond en één ergens in je hals. Soms draaide je net op tijd je gezicht weg en bleef het bij een luchtkus.
(Uit deel 2, Rafels)