Blije Maandag

2F6209C7-42F2-45EF-ADD1-CC51F2800B5D_1_201_aVoor mij is maandag 5 juli voortaan Blije Maandag. Vandaag kreeg ik de  reactie van uitgeverij ambilicious.nl : ze willen met mij (en Rafels) een uitgeeftraject starten. Yes!

Na dik twee en half jaar schrijven en schaven, steunen en puffen, genieten en tevreden zijn, herschrijven en schaven, proef laten lezen, feedback incasseren en ervan leren, opmerkingen van redacteuren en corrector toepassen, voor de zoveelste keer de vraag Wanneer kom je boek uit beantwoorden (Uh, het ligt nog bij de redacteur) is het eindelijk zover. Uitgever Ambilicious zet het licht op groen. Natuurlijk ligt Rafels nu niet direct tastbaar op tafel; we moeten nog sleutelen aan de spanningsboog, maar het compliment prima beschreven heb ik alvast in mijn zak gestoken. 

En doorrrr

Clara’s huwelijk

Roma bruid

‘We trouwden, Zoni en ik. Wij kregen in die tijd nauwelijks voorlichting. “Kijk maar goed hoe de hengsten de  merries dekken,” zeiden de volwassenen als we vroegen hoe een baby in een moeders buik kwam. Van paarden wisten we alles. Logisch, we konden niet zonder ze. Zij trokken ons voort.

Hengstige merries droegen hun staart omhoog, plasten om de haverklap en waren niet vooruit te branden, maar met een hengst in de buurt hinnikten en blitzten ze zodat hun hele zaakje heen en weer bewoog. ‘Het dekken zelf,’ ze zweeg, trok haar mondhoeken naar beneden en schudde haar hoofd. ‘Zo wist ik hoe de vork in zijn steel stak.’

Ze lachte om haar eigen woordspeling. Het gelach eindigde in een raspende hoest. Ze sloeg een hand voor haar mond, viste met haar andere een wit kanten zakdoekje uit haar boezem en veegde haar lippen droog. Roze schuimspetters op het wit.

Ik schrok.  ‘Omi, u bloedt! U moet nu echt even rusten.’

Met haar bruine, bevlekte hand pakte zij mij bij mijn pols.

‘Ik weet het lieverd, dat hoort bij mijn ziekte. Het maakt niet uit. Ik wil je zo graag over mijn leven vertellen.’

Scharensliep

Jopie was een rollemanschiksie. Haar familie trok met de kermis het land door. Ze scharrelden de kost bijeen als leeuwentemmer, boeienkoning of waarzegger.
Op haar eerste schooldag vertelden alle kinderen wat hun vaders deden.
Jopie zei trots: ‘Mijn vader is scharensliep geweest. Nu draait hij sjekkies met één hand.’
Alle kinderen lachten. De meester trok zijn wenkbrauwen op.
De vader van het jongetje naast haar bleek kruidenier.
‘Het hele dorp koopt bij ons,’ schepte hij op.
‘Goed zo,’ zei de meester vriendelijk.
Zij stak haar vinger op.  ‘Ik heb ook twee neven in de autobranche.’
‘Dat klinkt duur,’ lachte de meester, ‘zijn ze automonteur of autodief?’