Komt het dan nooit af?

Ik zie mezelf nog zitten vorig jaar met een rood hoofd op het puntje van mijn stoel met kromme rug achter mijn laptop ergens in het Spaanse land. Ik werkte aan mijn schrijfplan, zoals de schrijfjuf het toen noemde. Ik schreef een flaptekst, een beknopte inhoud en bedacht  de hoofdstukindeling  inclusief een samenvatting van de scènes. Het regende dat het goot trouwens daar in Spanje net als nu hier.

Misschien is het het zeikweer dat me aan het denken zette en (nu bijna) deed besluiten de volgorde van mijn boek volledig om te gooien.
Huh? Waarom?
Omdat de chronologie me niet bevalt.
Omdat die zogenaamde logische volgorde bijna saai wordt.
Omdat het zo voorkabbelt (terwijl lezers schreeuwen om spanning!)

Wat nou als ik eerst het kind geboren laat worden en daarna, in hoofdstuk twee,  de ouders bij de therapeut zet?  Voor de eerste sessie natuurlijk zodat ze in het vervolg kunnen terugdenken of zelfs teruggrijpen op ‘vroeger’?

Wat nou als ik de sessies pitstops laat worden, vanwaaruit het verhaal zich verder ontwikkelt? Als ik gewoon een heel ander verhaal bouw met de bestaande ingrediënten?
Een verhaal waarin de lezer stiekem verborgen in een hoekje bij de peut de biechten aanhoort van de hoofdpersonen?
Een verhaal ook waarin die lezer zich afvraagt of de hoofdpersonen wel oprecht zijn? En waarin hij (de lezer) zijn antwoorden vindt in de vervolghoofdstukken waarin verteld wordt hoe ‘het’ echt is gegaan.  Of misschien ook niet.

Een andere  opbouw brengt vanzelf een andere structuur. Dan ook klinkt het logisch dat ik de therapiehoofdstukken in drieën moest splitsen van mijn schrijfcoach, de redacteur L.

Dus wat deed ik gisteren en vandaag?  Mijn hoofdstukken synopsis aanpassen.

Het regende toch dat het goot.

 

De bom

It has been a while, zeggen ze  de Engelsen dan. Die piepen straks, na de keiharde brexit ook wel anders. Zijn ze lekker klaar mee toch? Nu al, met die blonde anti-aristocraat met zijn grote bek die zo graag vrinden wil worden met die andere blonde adonis. De wereldgeschiedenis voltrekt zich in je bijzijn, zal ik maar zeggen.
‘Het is al oorlog’, zei de vertrekkend commandant der Nederlandse Landstrijdkrachten, gisteren in de Volkskrant. Of was het de NRC?  Anno 2019 worden oorlogen digitaal uitgevochten, legde hij uit.
Hij heeft gelijk, dacht ik, kijk maar naar het  getwitter van de man T,  de hordes spionagedrones die als Amsterdamse duiven de wereld digitaal vol schijten met informatie,  de gamende soldaten die op afstand hun  projectielen afvuren op dorpelingen in verre oorden en andere ‘machtige’ inventies.

Enfin, maar dat bedoelde ik niet met mijn beginzinnetje. Dat sloeg op mijn zwijgzaamheid hier. Hoezo, iedere dag een stukkie tikken?
Ja, sorry ik heb dagen achtereen gekloost; een lijvige pil van zeshonderd pagina’s geredigeerd tot op de punt en komma: het boek van Jan Kloos over zijn leven.
En wat voor een leven! De hele wereld hebben hij en zijn vrouw M gezien. De haven van Bangladesh heeft hij uit het slib getrokken. Zeeschepen door nauw vaarwater geloodst en de loodsen zelf naar een particuliere organisatie. Een duikschool op Bonaire er bovenop geholpen, ook nog. Maar dat moeten jullie straks allemaal zelf maar lezen in zijn boek. 30 november komt het uit.

En de Uien in de Koelkast dan? Liggen die daar zo zachtjes aan niet erg te verrotten? Nee, nee, nee, ik pak het deze week weer op. Echt waar. Beloof het mezelf. Beloofde het gisteren mijn Leestafelvrienden en beloof het hierbij plechtig aan mijn lezerspubliek. Best publiek, bent u zich er wel van bewust dat ik een boek schrijf dat ik graag zie inslaan als een bom?