Nieuwe bril

Vanmorgen heb ik een nieuwe zonnebril gekocht, dat was nodig want mijn hond rende keihard tegen mij aan, waardoor ik viel en mijn bril brak. Dat gebeurde in de zomer en aangezien ik in het nieuwe jaar naar een warm en zonnig eiland ga, heb ik zo’n oogklep broodnodig. Ook handig als ik straks buiten in de zon aan mijn hoofdstukken verder schrijf.
Nu schrijf ik hoog en droog  binnen. En met andere ogen, want de afstand die ik noodgedwongen heb moeten nemen van mijn schrijfwerk, werpt een ander licht op mijn zinnen, zinsopbouw, woordkeuze en hoofdstukkenopbouw.
Ik heb inmiddels de eerste vijf hoofdstukken van deel 1 herordend en waar nodig (best veel trouwens) herschreven. Zo ook het hoofdstuk over het kleine meisje in het ziekenhuisbed die van alles herbeleeft.
Meisjes van vijf zijn natuurlijk niet zo beschouwend ingesteld maar door overbodige woorden en uitleg te schrappen, probeer ik duidelijk te maken  dat kleine zieke meisjes van vijf kunnen in hun koortsdromen  wél degelijk terugkijken. Wat vinden jullie van dit  fragment?

De zuster trok het scheefgezakte dekbed weer over haar heen. Het voelde net zo zacht als de kuikentjes bij de kinderboerderij die ze niet mocht oppakken omdat ze daar ziek van konden worden. Maar…en dat wist ze zeker, ze mocht het ook niet om de kippenpies en poep.
Poep aan je handen veeg je toch gewoon af.
Ineens droomde ze over ome Carl die in het koude zeewater dook en riep ‘Weg met de kater!’ Hoe kon hij dat nu zeggen? Hij had helemaal geen kat
Hee, dit was in het echt ook gebeurd, op haar vijfde verjaardag toen er ballonnen aan de bomen hingen en zij haar roze prinsessenjurk aanhad.
Oma Liesbeth, oom Gijs, oom Carl, Sven, Marije en Roos en hun papa’s en mama’s, iedereen was naar haar feestje in het Eilandhuis gekomen en ze bleven allemaal slapen.
Ze kreeg toen het allermooiste, liefste cadeau:haar hondje Pan.

De bom

It has been a while, zeggen ze  de Engelsen dan. Die piepen straks, na de keiharde brexit ook wel anders. Zijn ze lekker klaar mee toch? Nu al, met die blonde anti-aristocraat met zijn grote bek die zo graag vrinden wil worden met die andere blonde adonis. De wereldgeschiedenis voltrekt zich in je bijzijn, zal ik maar zeggen.
‘Het is al oorlog’, zei de vertrekkend commandant der Nederlandse Landstrijdkrachten, gisteren in de Volkskrant. Of was het de NRC?  Anno 2019 worden oorlogen digitaal uitgevochten, legde hij uit.
Hij heeft gelijk, dacht ik, kijk maar naar het  getwitter van de man T,  de hordes spionagedrones die als Amsterdamse duiven de wereld digitaal vol schijten met informatie,  de gamende soldaten die op afstand hun  projectielen afvuren op dorpelingen in verre oorden en andere ‘machtige’ inventies.

Enfin, maar dat bedoelde ik niet met mijn beginzinnetje. Dat sloeg op mijn zwijgzaamheid hier. Hoezo, iedere dag een stukkie tikken?
Ja, sorry ik heb dagen achtereen gekloost; een lijvige pil van zeshonderd pagina’s geredigeerd tot op de punt en komma: het boek van Jan Kloos over zijn leven.
En wat voor een leven! De hele wereld hebben hij en zijn vrouw M gezien. De haven van Bangladesh heeft hij uit het slib getrokken. Zeeschepen door nauw vaarwater geloodst en de loodsen zelf naar een particuliere organisatie. Een duikschool op Bonaire er bovenop geholpen, ook nog. Maar dat moeten jullie straks allemaal zelf maar lezen in zijn boek. 30 november komt het uit.

En de Uien in de Koelkast dan? Liggen die daar zo zachtjes aan niet erg te verrotten? Nee, nee, nee, ik pak het deze week weer op. Echt waar. Beloof het mezelf. Beloofde het gisteren mijn Leestafelvrienden en beloof het hierbij plechtig aan mijn lezerspubliek. Best publiek, bent u zich er wel van bewust dat ik een boek schrijf dat ik graag zie inslaan als een bom?