Smoorverliefd

flamencoDeel van een scène uit “Van Huis_weg”: Afina, de dochter van Crina en kleindochter van Clara ontmoet de vader van Raji.

Op klaarlichte dag sloeg de bliksem in. Tijdens een middagoptreden waar hij Paloma zong, keek hij haar onafgebroken in de ogen. Ze voelde zich er draaierig onder worden, verlegen ook, verliefd vooral. Toen het haar beurt was op het podium, raffelde ze met haar voeten over het visgraat parket zonder haar blik van hem af te keren. Voordat ze in elkaar verdronken, plaatste hij zijn handen in zijn zij, draaide haar als een ritsige pauw zijn rug toe en paradeerde precies in de maat van haar weg om een paar meter verderop negentig graden te draaien op zijn hakken en weer terug te keren. De toeschouwers klommen zowat op hun stoelen ze joelden als ware voetbalfanaten, scandeerden olé, olé, olé en een enkeling riep vunzige teksten als agarla en tómola. Na afloop reed hij achter Afina en Dolores, haar Spaanse vriendin, aan naar Carmona, de perfect geconserveerde eeuwenoude middelgrote stad een half uur verder op.                                                          

De vrouwen woonden op de tweede verdieping van een witgepleisterd herenhuis met een spectaculair uitzicht over het groene dal en de donkere bergen verderop. Dezelfde nacht ontvoerde hij haar, met haar goedvinden, naar zijn caravan en vanaf dat moment leefden ze als man en vrouw. De Spaanse vriendin had geen bezwaar gemaakt tegen de inhuizing van de man. Sommige collega’s smiespelden achter hun hand over die smoorverliefde vrouw die zich alles liet welgevallen en daar zat wat in. Vanaf het begin hunkerde ze met ziel en lijf naar de danseres. Ze had er zelfs de al veertien jaar durende relatie met haar vrouw voor verbroken; het enige wat ze wilde was het meisje op alle mogelijke manieren verwennen.  Afina was dol op haar en genoot van de door Dolores gebakken tortilla’s met hete worst, de kunstzinnig in elkaar gevlochten pasta’s met verse pepers en bonen en de salades van zorgvuldig in stukken gescheurde groene sla, tomaat, ui en wat er verder die dag voorhanden was. Als ze het koud had of moe was, nam Dolores haar in haar armen, trok haar zachtjes mee op de bank en vlijde een warme deken over hun beider benen. ‘s Nachts kroop ze naast haar in de twijfelaar en streelde net zo lang tot haar liefje met de allermooiste dromen in slaap viel, maar op een enkel hoogtepunt na, kon het vrouwenlichaam Afina niet bekoren, het was haar te zacht, te rond, te eigen en tegelijkertijd te vreemd.

Met Gunari 

klopte alles

 

Familieraad

358D9D54-5A0F-4B38-801B-01AEABD6BCD3Scène uit “Van Huis_weg”  waarin Raji zich moet verantwoorden voor haar keuze om door te leren in plaats van thuis te komen en zich voor te bereiden op een huwelijksleven.

In één klap de bel op de kop van Jut laten rinkelen was niets vergeleken bij het aanzwellend tumult binnen de familie. Scheldend en tierend, met dan weer hoge uithalen, dan weer diep gegrom eiste de hele clan een familieraad om het meisje van haar onzalige idee af te houden.

De vergadering kwam er en Raji stond in haar mooiste jurk, haar armen strak langs het lichaam, haar hoofd zedig gebogen, aan het eind van de wagen. Rechts van haar zaten Omi, Crina en hun vrijwel blinde en stokdove oude nicht. Aan de linkerkant plantten de drie oudste mannen: Omi’s man Zoni, hun zoon Pali én Crina’s vroegere echtgenoot, Yanoro, hun ellebogen op hun knieën om hun door de situatie te zwaar geworden hoofd te ondersteunen. Alle  andere mannen en vrouwen stonden ongemakkelijk heen en weer schuifelend aan de zijkanten tegen de met goud versierde ornamenten en deels door wandkleden bedekte houten lambrizeringen. De vele schilderijen en fotolijsten met meest vrolijk kijkende familieleden waren nauwelijks nog te zien

Zoni opende het vilten tabakzakje dat hij altijd bij zich droeg, stopte een pluk tabak in zijn pijp, streek een lucifer over de onderkant van de tafel en blies elipsvormige wolken de ruimte in. Hij was er

klaar voor

Kluwen ontwarren

(Uit deel 2, Rafels)

De kluwen ontwarren, had Jeanette gezegd. Hoe? En hoe uit die puinhopen van ons verleden te kruipen? Het opgehoopte verdriet. Ons huwelijk dat in scherven lag, wijzelf ook  aan flarden. Waarom noemde ik hem daarstraks in godsnaam  mijn man? O, die chaos in mijn kop. Blok beton in mijn maag. Hoe moet dat straks. Ineens veranderde het geroezemoes  om me heen in luid geschetter: ouders riepen hun kroost, tienermeiden renden gillend naar elkaar  door het restaurant, puberjongens zaten wijdbeens op hun stoel in hun telefoon te brommen. Een drukte van belang. Het dek stroomde vol. Toch zag ik hem direct. Hij ons ook. Hij zwaaide en liep met grote passen op ons af. Pan door het dolle heen, sprong tegen hem op, huilde als een wolf, likte zijn handen.

Hondenliefde