Familieraad

358D9D54-5A0F-4B38-801B-01AEABD6BCD3Scène uit  Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg waarin Raji zich moet verantwoorden voor haar keuze om door te leren in plaats van thuis te komen en zich voor te bereiden op een huwelijksleven.

In één klap de bel op de kop van Jut laten rinkelen was niets vergeleken bij het aanzwellend tumult binnen de familie. Scheldend en tierend, met dan weer hoge uithalen, dan weer diep gegrom eiste de hele clan een familieraad om het meisje van haar onzalige idee af te houden.

De vergadering kwam er en Raji stond in haar mooiste jurk, haar armen strak langs het lichaam, haar hoofd zedig gebogen, aan het eind van de wagen. Rechts van haar zaten Omi, Crina en hun vrijwel blinde en stokdove oude nicht. Aan de linkerkant plantten de drie oudste mannen: Omi’s man Zoni, hun zoon Pali én Crina’s vroegere echtgenoot, Yanoro, hun ellebogen op hun knieën om hun door de situatie te zwaar geworden hoofd te ondersteunen. Alle  andere mannen en vrouwen stonden ongemakkelijk heen en weer schuifelend aan de zijkanten tegen de met goud versierde ornamenten en deels door wandkleden bedekte houten lambrizeringen. De vele schilderijen en fotolijsten met meest vrolijk kijkende familieleden waren nauwelijks nog te zien

Zoni opende het vilten tabakzakje dat hij altijd bij zich droeg, stopte een pluk tabak in zijn pijp, streek een lucifer over de onderkant van de tafel en blies elipsvormige wolken de ruimte in. Hij was er

klaar voor

Daar praat je niet over

IMG_1869Wat er met onze doden gebeurt? Waarom vraag je dat? Daar praten we niet over. We hebben respect voor ze en  noemen hen niet bij naam.’
Op omi’s voorhoofd verscheen een diepe frons. Ze schudde haar hoofd, staarde naar de muur achter me, zuchtte diep en keek me recht aan.
‘Vooruit dan maar, ik kan het jou wel vertellen. Je bent per slot van rekening ons bloed.’
Ze knikte als om de juistheid van haar beslissing kracht bij te zetten. Reizigers zijn niet graag open over emotionele zaken.
‘Wanneer we onze doden begraven geven we ze de kleren en sieraden mee die ze droegen toen ze overleden én de dingen waar ze mee bezig waren.’
‘Mee bezig waren, u bedoelt…’
Ik hoefde mijn zin niet af te maken.
‘We vinden het fijn te denken dat iemand gewoon blijft doen wat hij deed. Rookte een man een pijp toen hij overleed? Hij krijgt hem mee. Net als de vrouw de pollepel waarmee ze in de pan roerde, ze kan hem nog nodig  hebben.’ Omi lachte, een licht gehinnik. ‘Voor een jonge man die onderweg verongelukte, lieten we een miniatuurwoonwagen maken. Een kind dat met zijn kruiwagen buiten speelde en giftige planten at, kreeg zijn speelgoed mee.’ 
Omi viel stil. Haar doffe ogen staarden een zwarte verte in.
Ik voelde haar verdriet, het bleef zwaar in de ruimte hangen. Ik durfde me amper te verroeren, laat staan verder te vragen
 
Scène uit “Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg” waarin Raji’s overgrootmoeder vertelt over haar leven. Dat ze als jong meisje  van huis wegliep en met de muziek, de reizigers, meeging en voor de rest van haar leven bij hen bleef, en zoetjesaan alle gebruiken en gewoontes leerde. De do’s en do nots, dat zijn er nogal wat, vertelt ze allemaal aan haar achterkleindochter, bij wijze van

erfenis

The making of …

“Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg” gaat over vier generaties reizigersvrouwen. Ik struinde maanden achtereen het internet af op zoek naar informatie over reizigers, verzamelde getuigenissen, verhalen, overleveringen en interviews, bekeek video’s en documentaires en beluisterde de meest prachtige droevige en evengoed opzwepende muziek.

Ik leerde veel (en nog steeds leer ik, want nog steeds moeten er dingen opgezocht en uitgeplozen worden). Wie schrijft over vier generaties ‘reizigers’ moet kunnen bedenken hoe deze mensen leefden (en leven), met welke gewoontes, taboes en overtuigingen.

Inmiddels weet ik waarom ze hun woonwagens verruilden voor een wagen op blokken en later voor een stenen huis. Ik kan uitleggen wat een kopersmid, blikslager of scharensliep voor de kost deed. Welke gerechten reizigers aten (en nog eten) bij speciale gebeurtenissen. Ik maakte zelf een paar van die recepten, proefde ze en stelde me voor dat ik zo’n maaltijd buiten voor mijn wagen at. Samen met de anderen, want reizigers, hebben hechte familieverbanden.

Ik schrijf dit boek voor een oude vrouw die ik jaren geleden heb ontmoet. Ik vroeg haar hoe ze haar leven tot dan toe had gevonden. Het speet haar, zei ze, dat ze haar hart niet had gevolgd. Als molenaarsdochter in het oosten van het land beleefde ze een nogal saaie jeugd. ‘Eerlijk gezegd, was er niks aan; ik moest zodra ik kon lopen meewerken in huis en op het land.’ Slechts één keer per jaar gebeurde er iets verrassends; vanuit Duitsland trok een bonte stoet zigeuners de grens over. Ze reden met hun wagens door haar dorp en bivakkeerden een paar dagen op een stuk land vlak bij de molen. Het meisje was helemaal weg van de vrolijke groep mensen in hun fleurige kleren en de kinderen met hun ongekamde haren en smoezelige gezichten. ‘Die vrijheid, om jaloers op te worden.’ Het water liep haar uit de mond bij de geur van het vlees op de roosters boven een vuur. Ze wilde net als deze mensen zingen en met haar rokken zwaaien. Ze vond het vreselijk als de groep verder reisde. ‘Ik had zo graag met de muziek meegereisd.’

In mijn roman mag ze alsnog mee met de

muziek mee