Definitieve titel

Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg

1BDA86F1-9DA9-435F-A050-B8F1EFF5EFC3is een verhaal over mensen wiens thuis achter de horizon ligt.  Een  rollemanschiksie is  ‘een meisje van het woonwagenkamp.’ Ze is één van het 8 tot 12 miljoenen zielen tellend rondtrekkend (Roma)volk.  De reiziger scharrelden tot begin twintigste eeuw hun kost bij elkaar als paardenhandelaar, berenleider, muzikant, ketellapper of metaalbewerker. Gewone burgers waren bang voor hen; de mensen in woonwagens zouden kippendieven zijn, spionnen, rovers en kinderontvoerders.

Foto: Rolleman (Facebook)

Rond 1904 werden ze door de Nederlandse overheid stateloos door niemandsland gejaagd. In 1918 tuigde de staat de Woonwagenwet op: reizigers moesten voortaan een vergunning hebben voor een woonwagen met staplek, maar hoe kan je een vergunning aanvragen als je niet kunt bewijzen dat je bent wie je bent?

In de tweede wereldoorlog werd ruim een half miljoen reizigers net als joden, homoseksuelen en geestelijk gehandicapten door de nazi’s vermoord. Na de bevrijding werden ze wederom van hot naar her gejaagd. Pas jaren later bleken gemeenten bereid speciale woonplekken te creëren.

Rollemanschiksie. Vier generaties onderweg is fictie. In deze roman  vertellen  Raji, haar overgrootmoeder Klara, haar oma Crina over hun leven en dat van Afina, Raja’s veel te vroeg overleden moeder.

Eind april 2024 komt de roman uit. Hoe, wat, waar en wanneer lees je nog. Ondertussen schrijf ik alvast verder aan de novelle Klara’s moeder

Smoorverliefd

flamencoDeel van een scène uit “ Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg.”

Afina, de dochter van Crina en kleindochter van Clara ontmoet de vader van Raji.

Op klaarlichte dag sloeg de bliksem in. Tijdens een middagoptreden waar hij Paloma zong, keek hij haar onafgebroken in de ogen. Ze voelde zich er draaierig onder worden, verlegen ook, verliefd vooral. Toen het haar beurt was op het podium, raffelde ze met haar voeten over het visgraat parket zonder haar blik van hem af te keren. Voordat ze in elkaar verdronken, plaatste hij zijn handen in zijn zij, draaide haar als een ritsige pauw zijn rug toe en paradeerde precies in de maat van haar weg om een paar meter verderop negentig graden te draaien op zijn hakken en weer terug te keren. De toeschouwers klommen zowat op hun stoelen ze joelden als ware voetbalfanaten, scandeerden olé, olé, olé en een enkeling riep vunzige teksten als agarla en tómola. Na afloop reed hij achter Afina en Dolores, haar Spaanse vriendin, aan naar Carmona, de perfect geconserveerde eeuwenoude middelgrote stad een half uur verder op.                                                          

De vrouwen woonden op de tweede verdieping van een witgepleisterd herenhuis met een spectaculair uitzicht over het groene dal en de donkere bergen verderop. Dezelfde nacht ontvoerde hij haar, met haar goedvinden, naar zijn caravan en vanaf dat moment leefden ze als man en vrouw. De Spaanse vriendin had geen bezwaar gemaakt tegen de inhuizing van de man. Sommige collega’s smiespelden achter hun hand over die smoorverliefde vrouw die zich alles liet welgevallen en daar zat wat in. Vanaf het begin hunkerde ze met ziel en lijf naar de danseres. Ze had er zelfs de al veertien jaar durende relatie met haar vrouw voor verbroken; het enige wat ze wilde was het meisje op alle mogelijke manieren verwennen.  Afina was dol op haar en genoot van de door Dolores gebakken tortilla’s met hete worst, de kunstzinnig in elkaar gevlochten pasta’s met verse pepers en bonen en de salades van zorgvuldig in stukken gescheurde groene sla, tomaat, ui en wat er verder die dag voorhanden was. Als ze het koud had of moe was, nam Dolores haar in haar armen, trok haar zachtjes mee op de bank en vlijde een warme deken over hun beider benen. ‘s Nachts kroop ze naast haar in de twijfelaar en streelde net zo lang tot haar liefje met de allermooiste dromen in slaap viel, maar op een enkel hoogtepunt na, kon het vrouwenlichaam Afina niet bekoren, het was haar te zacht, te rond, te eigen en tegelijkertijd te vreemd.

Met Gunari 

klopte alles

 

Scharensliep

Scharensliep_klScène uit Rollemanschiksie. Vier generaties van huis weg waarin Clara haar kleindochter vertelt over vroeger toen de meeste  meisjes op hun dertiende, veertiende al trouwden.

‘Jopie was mijn eerste, hij was een kamper, geen reiziger zoals wij. Zijn vader, ooms, opa reisden als seizoenwerkers stad en land af om boeren te helpen bij de appelpluk, aardappelen-of graanoogst. Ze stalden hun kar op het boerenerf en kregen in ruil voor hun werk eten of een paar centen. De boeren waren aardig, ze hadden de extra handen hard nodig, voor de mensen uit het dorp waren wij schooiers, kampers of reizigers, het maakte hen niets uit.

Mijn opa, de vader van Zoni, jouw betovergrootvader, was een traditionele reiziger, hij scharrelde zijn kost bij elkaar met de scharensliep. Ik mocht regelmatig met hem mee langs de boerderijen en de dorpen om de klanten aan te roepen: “Kom mensen, met uw botte messen en scharen, hier is de Scheeeeresliep.”

Mijn opa sleep het hele jaar door messen, scharen, hoefschapers en ‘s winters ook schaatsen. Aan zijn kar hing een ronde slijpsteen, formaat etensbord, met een leren riem verbonden aan een pedaal dat hij met zijn voet liet ronddraaien, de steen besprenkelde hij telkens met water om het ijzerwaar glanzend glad te polijsten.

Opa was de baas van de familie en  hield streng vast aan de gewoontes, hij  bepaalde wat er gebeurde, als hij nog had geleefd, had je jouw doorleren

op je buik kunnen schrijven.’