‘Klara’s moeder’: Een indringend portret

In De Boekenkast verscheen op de laatste dag van 2025 een mooie recensie over ‘Klara’s moeder’

Een indringend portret van een vrouw die terugkijkt op een leven dat nooit helemaal als het hare heeft gevoeld. moederschetst het leven van de 93‑jarige Bets Wiegers, die in haar laatste dagen terugblikt op alles wat haar gevormd heeft. Deze stille, zorgvuldig opgebouwde roman nodigt uit tot reflectie en nog lang blijft nazinderen. Het is geen boek dat je leest voor de plot, maar voor de menselijke waarheid die erin verscholen ligt. Een aanrader voor wie houdt van psychologische diepgang, sobere literatuur en intieme karakterstudie.

De schrijfster hanteert een sobere, ingetogen stijl die naadloos aansluit bij Bets’ innerlijke wereld. De roman draait niet om spectaculaire gebeurtenissen, maar om de stille, pijnlijke reconstructie van een bestaan dat zich grotendeels aan de zijlijn heeft afgespeeld. Leeshier de hele recensie.

Blote billen in het gras

(Fragment uit Klara’s moeder) Na een half uurtje kropen ze (de broertjes van Klara)  giechelend en met verhitte koppies terug bij ons op het laken. Ze hadden iets spannends gezien. “Moeten jullie eens meekomen,” fluisterden ze tegen mijn zusje en mij. “Moeder en vader zijn aan het gymnastieken het is heel grappig. Kom kijken.”  

We wilden opstaan. “Nee!” De jongens gebaarden dat we ons moesten bukken. We bogen tot onze zowat op onze knieën lag en slopen naar de eik. De jongens hielden stil, wezen naar een plek met hoger gras en wat ik daar zag…’ Alsof ik naar een vertraagde film kijk zie ik het weer helemaal voor me. Ik sla mijn hand voor mijn mond en lach. ‘Nou, wat zag u?’‘Ik zag twee witte billen op en neer gaan!’ ‘U bedoelt …? Oh…’ Rosa slaat haar hand voor haar mond en giechelt. ‘Uw ouders deden hét!’

Klara’s moeder, het begin

Januari 2001. Daar lig ik dan. Het lijkt alsof ik naar een stomme film kijk die nog net niet van de spoel afloopt. Mijn trager verlopend leven kabbelt, hortend en stotend. Ik denk er vaak over na sinds mijn dood dichterbij 
sluipt.

Ik heb overal pijn. Soms heb ik het gevoel dat mijn darmen zich om hun eigen as slingeren en een onzichtbare hand gloeiend vel van mijn buikwand slijpt. Op die momenten stroomt alles wat ik binnen krijg als dunne poep weer uit mij. Ik stink, ik ruik het. Eindeloze dreksloten kolken op het matras en besmeuren mijn nachthemd.

Stiekem pulk ik de korsten aangekoekt poep van mijn benen en veeg ze aan de zijkant van het matras. Mijn vuiligheid houdt Rosa, een jong meisje van net in de twintig met blond haar en blozend gezicht, continu aan het werk. Ze draagt haar blauwe latexjes strak als een tweede huid om haar ranke handen