Clara’s huwelijk

Roma bruid

‘We trouwden, Zoni en ik. Wij kregen in die tijd nauwelijks voorlichting. “Kijk maar goed hoe de hengsten de  merries dekken,” zeiden de volwassenen als we vroegen hoe een baby in een moeders buik kwam. Van paarden wisten we alles. Logisch, we konden niet zonder ze. Zij trokken ons voort.

Hengstige merries droegen hun staart omhoog, plasten om de haverklap en waren niet vooruit te branden, maar met een hengst in de buurt hinnikten en blitzten ze zodat hun hele zaakje heen en weer bewoog. ‘Het dekken zelf,’ ze zweeg, trok haar mondhoeken naar beneden en schudde haar hoofd. ‘Zo wist ik hoe de vork in zijn steel stak.’

Ze lachte om haar eigen woordspeling. Het gelach eindigde in een raspende hoest. Ze sloeg een hand voor haar mond, viste met haar andere een wit kanten zakdoekje uit haar boezem en veegde haar lippen droog. Roze schuimspetters op het wit.

Ik schrok.  ‘Omi, u bloedt! U moet nu echt even rusten.’

Met haar bruine, bevlekte hand pakte zij mij bij mijn pols.

‘Ik weet het lieverd, dat hoort bij mijn ziekte. Het maakt niet uit. Ik wil je zo graag over mijn leven vertellen.’

Structuur

De structuur van mijn tweede roman Van Huis (werktitel) is nogal een uitzoekerij. Wekenlang zag het eruit als een rafelige warboel met veel losse einden. Wat wil je ook met een vertelling over vier generaties zigeunervrouwen, bijna honderd jaar zogezegd. Een eeuw met talloze heftige gebeurtenissen: de grote crisis, een wereldoorlog waarin (ook) zigeuners vervolgd en vermoord werden, de wederopbouw, een flowerpowertijd veroorzaakt door een heuse jongerenrevolutie, het ik-tijdperk en de technologische vooruitgang tot in het heden. Amen. En nee, Corona doet niet mee, gelukkig. De verteller vertelt het verhaal begin 2020. In ieder geval veel uit te zoeken over die periodes, het woonwagenleven, de zigeunercultuur, hun taal, wat ze eten en drinken, geloofden of niet en al het andere. Een interessante en vooral ook plezierige zoektocht Maar goed, de structuur dus: vormen de tijdperken de haakjes of zijn het de vier vrouwen? Wat zou het beste werken? En wie zou de verteller dan zijn? Rode wangen van plezier en vingers die jeuken om het op te schrijven.

Sterke vrouwen

Vandaag, 8 maart, bejubelen we sterke vrouwen omdat ze op de barricades klommen en voor hun en onze rechten opkwamen.
Dolle Mina’s, sjorden hun lange rokken om hun benen, gooiden hun haren los, ontblootten hun buiken, schreven er baas in eigen buik op en gingen aan de slag voor gelijke rechten.

Jacoba van Beieren, van een heel andere tijd en kaliber, een vrouw die niet boog voor de bestaande man-vrouwverhoudingen maar of zij ook aan andere vrouwen dacht toen ze door strategische huwelijken, diplomatiek gekonkel en veldslagen probeerde haar wettelijke (opvolgings)recht te krijgen, is de vraag.  Florence Nightingale dan. Zij had ook lak aan conventies en stroopte als verpleegkundige avant la lettre haar mouwen op om in ziekenbarakken aan frontlinies het bloed en de tranen van gewonde mannen te stelpen. Haar tijdgenoot, Alette Jacobs, pakte het anders aan. Ze  ging als eerste vrouw naar de universiteit en werkte haar hele leven aan het verbeteren van de positie van de vrouw.

Een ware heldin vind ik ook Rosa Parks, de donkere vrouw die in 1955 in de bus zat en niet wilde opstaan voor een witte man. Met die daad zette ze de afschaffing van de rassenscheiding in werking.  Andere heldinnen zijn als je het mij vraagt, vrouwen in de kunst.  Schilderes en muze Frida Kahlo, beeldhouwster Charlotte van der Gaag (1923-1999) een onderkende Cobra-kunstenares, of Maud Stevens Wagner, de eerste vrouwelijke tattoo artiest en zo kan ik nog wel even doorgaan. Laat ik het wat dichter bij huis houden. Liesbeth de moeder van Lina uit Rafels, reken ik ook tot de sterke vrouwen. Trouwens Lina zelf ook want zeg nou zelf, je bent toch sterk als je je verdriet durft te doorleven, je fouten wilt erkennen en de toekomst nog een kans wil geven?